| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| September - Nummer : 3/2006 |
| |
| Woord vooraf: Wetenschap en ethiek |
| Bart Pattyn |
| |
Pagina : 223 - 224 |
 |
| |
Het is in zekere zin surrealistisch dat mensen van de zomer trachten te genieten terwijl er in Libanon een oorlog woedt die tal van onschuldige burgers de dood injaagt. Op de eerste pagina’s van de krant lees je over de bloedstollende ellende in gebombardeerde wijken en een paar pagina’s verder zie je de vrolijke gezichten van het zomerfestivalpubliek. Men zegt dat onze wereld kleiner is geworden. Dat we persoonlijker worden geconfronteerd met de noden van andere mensen omdat we hen in beeld kunnen brengen of omdat we hun stemmen kunnen horen. Als dat zo is, veronderstelt het bewonen van die kleinere wereld bijna onvermijdelijk een soort gespletenheid. We switchen verschillende keren per dag van sfeer en het is alsof die verschillende sferen niets met elkaar te maken hebben. We kijken zwijgend toe of steken het hoofd in het zand. Onze gekoelde drankjes hebben hoogstens een ietwat bittere smaak.
In dit nummer verschijnen een aantal teksten die werden voorgedragen in het kader van de lezingenreeks Wetenschap en Ethiek.
In de eerste bijdrage gaat Jürgen Mittelstrass in op de toekomst van de universiteit en de geloofwaardigheid van de wetenschap en van de academische wereld. Mittelstrass is ervan overtuigd dat de houding van waaruit wetenschappelijk onderzoek wordt aangevat, nieuwsgierigheid, verwondering en interesse veronderstelt. Idealiter zal een oprechte belangstelling voor wat zich in de werkelijkheid voordoet en zal de discipline om allerlei wetenswaardigheden te ontrafelen, de wetenschapper zelf vormen.
Mittelstrass noemt wetenschap bedrijven in dit verband een levensvorm. Hij kenmerkt zich door een specifieke beschouwende oriëntatie op de werkelijkheid. In de huidige context zijn universiteiten steeds minder biotopen van een dergelijke levensvorm. Wetenschappers zijn specialisten geworden. Ze weten steeds meer over steeds minder. Omdat ze geen oog hebben voor brede verbanden bieden ze weinig of geen oriënterend perspectief en dat is precies waar de actuele samenlevingen nood aan lijken te hebben.
In de huidige kennismaatschappij is er een overvloed aan informatie en is er een zee van producten op de markt, maar zelden bezint zich iemand over het waartoe dat allemaal moet dienen of over wat nu precies de moeite waard is. Mittelstrass pleit voor brede vorming, academische vrijheid en probleemgericht transdisciplinair onderzoek. Universiteiten zouden volgens hem op die manier opnieuw vorm kunnen geven aan echte ‘Bildung’.
De bijdrage van Christian Joppke snijdt een ander fundamenteel thema aan: een thema dat bijzonder relevant is met betrekking tot de verkiezingen die in dit najaar worden gehouden. Joppke heeft het over de verhouding tussen multiculturalisme en de liberale samenleving. Het begrip 'multiculturalisme' is aan herdefinitie toe. Vaak wordt het te lichtzinnig gebruikt. De overtuiging dat je tegelijk liberale waarden kan voorstaan en het recht op culturele eigenheid kan verdedigen, blijkt naïef. Men mag niet blind zijn voor het feit dat de uitbouw van een liberale rechtstaat voorwaarden stelt aan de manier waarop mensen hun culturele identiteit uitbouwen. Die voorwaarden werden in het nabije verleden vaak miskend of geminimaliseerd. Daar lijkt vandaag verandering in te komen.
In de bijdrage van Peter-Paul Verbeek gaat het over ethiek en technologie. Wat deze bijdrage interessant maakt, is de worsteling van de auteur met wat ethiek is. De moeilijkheid om zich uit te spreken over de ethische betekenis van maatschappelijke problemen gaat vaak terug op de moeilijkheid om de betekenis van ethiek te definiëren. Er heerst onder ethici een onopgemerkte strijd in het duister. Naar buiten toe lijkt het alsof ze eensgezind zijn over wat ethiek inhoudt, maar wie erop ingaat zal merken dat hun onderlinge verdeeldheid over wat ethiek moet voorstellen ontstellend groot is. Vaak gaan ze uit van bijzonder abstracte en wereldvreemde analyses die weinig aansluiting vinden bij wat gewone mensen onder ethiek verstaan.
In de bijdragen van Yves Vanden Auweele, Petra Moget en Maarten Weber is de betekenis van ethiek veel duidelijker. Het morele probleem dat er aan de orde wordt gesteld, nl. Seksuele intimidatie in de sport heeft betekenis binnen het morele aanvoelen van elke burger. Sport is vandaag een soort alternatieve religie. Het is iets waar heel wat wordt voor geofferd en waar heel wat enthousiasme rond wordt gecultiveerd. ‘Alles voor de sport.’ Precies omdat het voor heel wat medemensen een sacrale betekenis heeft wordt het niet goed verdragen dat iemand aanklaagt dat er allerlei zaken fout lopen. Dat mag een ethische reflectie echter niet in de weg staan. Het is belangrijk dat we de waarheid zoveel mogelijk onder ogen zien.
|
 |
241,68 Kb |
 |
|
|
|
Recentste uitgave 23 (2013) 1 |
 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|