| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Juni - Nummer : 2/2007 |
| |
| Sociaal werk als laboratorium voor normatieve professionalisering |
| Harry Kunneman |
| |
Pagina : 92 - 107 |
 |
| |
In de meeste westerse landen is de professionele status van sociaal werkers onzeker en weinig stabiel. Natuurlijk is het zo dat van de westerse landen zélf ook niet gezegd kan worden dat ze boordevol zelfvertrouwen zijn. Zij hebben te kampen met gevoelens van onzekerheid en zijn op zoek naar geruststelling; zij willen heel graag het gevoel krijgen dat ze de dingen onder controle hebben.
Het sociaal werk is echter niet erg geschikt om er, in tijden van onzekerheid, visioenen van professionele controle en efficiëntie op te projecteren. Het tegendeel is waar. In het huidige culturele en politieke klimaat wordt sociaal werk onmiddellijk geassocieerd met weinig populaire sociale problemen; het roept het beeld op van mensen die de druk van de competitie en van de snelle veranderingen in de postindustriële maatschappij niet aankunnen.
Sociaal werk doet dus onmiddellijk denken aan situaties van afhankelijkheid en hulpeloosheid en niet aan autonomie en controle. Meer nog: waar in de meeste westerse landen het publieke discours overheerst wordt door een neo-liberaal perspectief met zijn complexe netwerk van metaforen uit de economische, manageriële, consumentische en militaire wereld, sleept het sociaal werk nog steeds de erfenis van de 'progressieve politiek' met zich mee. Die krijgt meer en meer het label 'voorbijgestreefd' en 'inefficiënt' opgeplakt.
Alhoewel de waarden van solidariteit en sociale rechtvaardigheid die met deze 'progressieve erfenis' verbonden zijn, niet helemaal in de vergeethoek geraakt zijn, benadrukken de luidste en populairste stemmen op het publieke forum steeds maar opnieuw dat we ons moeten aanpassen aan de 'realiteit' van de huidige postindustriële maatschappij en haar afhankelijkheid van economische groei, technologische innovatie en de dynamiek van de altijd maar toenemende concurrentie op de wereldmarkt.
Deze 'onvermijdelijke' aanpassing brengt zowel 'modernisering' met zich mee, als de progressieve afbouw van 'dure' voorzieningen van de welvaarstaat en de radicale heroriëntering van het sociaal werk als beroep. In plaats van onder het mom van solidariteit de afhankelijkheid van de cliënten in de hand te werken, moeten de sociale werkers hen aanmoedigen om zelf hun verantwoordelijkheid op te nemen en hen helpen om adequater te functioneren in een wereld waar individuele autonomie en economische vooruitgang de boventoon voeren.
Deze verschuiving heeft verreikende gevolgen voor de organisatie van het werk zelf. Efficiëntie en transparantie zijn de nieuwe codewoorden. De professionele autonomie wordt drastisch ingeperkt en de tussenkomsten van de sociale werkers worden meer en meer gebonden aan 'objectieve' maatstaven van succes en kosteneffectiviteit. |
 |
296,89 Kb |
 |
|
|
|
Recentste uitgave 23 (2013) 1 |
 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|