| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| December - Nummer : 4/2007 |
| |
| Soevereiniteit, nationale staat en de islam
|
| Gerrit Steunebrink |
| |
Pagina : 436 - 468 |
 |
| |
De nationale staat wordt vaak gezien als de vorm waarin culturen via politieke vormgeving kunnen overleven. Het zou de redding zijn van bijvoorbeeld de Indiase of Turkse cultuur ten opzichte van de Europese.
Dit ligt enigszins voor de hand. Men denke aan Hegel die stelt dat volkeren alleen via staatsvorming zelfstandig kunnen overleven. De taal en religie van een volk worden al snel bedreigd wanneer dit volk binnen een staatsverband moet leven samen met een andere taal, traditie en religie. Niets ligt dan meer voor de hand dan zich op die basis afscheiden en een eigen staat beginnen. België is zo ontstaan tegenover Nederland, Nederland tegenover Spanje en Indonesië ook weer tegenover Nederland, met een beroep op de Nederlandse opstand tegen Spanje.
Tegelijkertijd zien we dat na die politieke afscheiding een eigen cultuur eigenlijk pas goed op gang komt. Is een nationale cultuur iets ouds dat overleeft in de nieuwe vorm van de nationale staat of is het iets nieuws dat pas komt met de nationale staat? Wat gebeurt er onderweg met de traditionele cultuur? Zeker wanneer je ziet dat de nationale staat binnen het kader van een moderniseringsproces zijn entree doet in de niet-westerse wereld, dringt zich die vraag levensgroot op.
De nationale staat, bijvoorbeeld Japan, haalt het westerse binnen, de techniek, wetenschap en het kapitalisme, om met behulp van de soevereiniteit van het centrale gezag een moderniseringsproces op te starten dat de interne politieke cultuur vernietigt om alleen nog taal en eventueel godsdienst over te houden. Is dat alles?
De positie van de nationale staten lijkt zo op die van de allochtone gemeenschappen die vaak uitgenodigd worden door ambtenaren op het stadhuis van een multiculturele samenleving. Bij iedere gelegenheid laat de verantwoordelijke ambtenaar deze groepen opdraven om te zorgen voor hapjes, drankjes, volksdansen en volksmuziek. Zo ben je dan een echte multiculturele samenleving. In Indonesië doet de centrale regering hetzelfde met de regionale culturen van Sumatra, Borneo en dergelijke, zo vertelde mij een Indonesische student. Op wereldschaal is de bescherming van de eigen cultuur door de nationale staten niets anders dan de presentatie van lokale hapjes, drankjes en dansjes op de maat van de muziek van een moderniserings- en rationaliseringsproces dat over de hele wereld gaat.
Aan het einde van mijn uiteenzetting hoop ik dat duidelijk blijkt dat dit te ver gaat. De invoering van de nationale staat beschermt inderdaad de traditionele cultuur niet, maar recreëert deze tot een nieuwe cultuur. Die creatie gebeurt binnen een moderniseringsproces waarin moderne politieke instituties de oude verdrijven. Maar daardoor is de nationale cultuur niet zonder meer nieuw. Zij berust bijvoorbeeld wel op ‘nationaliseerbare’ gegevens, etniciteiten, die in de nationale staat een kans krijgen. Taal en godsdienst gelden al sinds de moderne tijd als kenmerken van een nationale cultuur, maar ook daarvoor speelden zij een belangrijke rol.
Vervolgens zijn deze culturele verschillen op wereldschaal geen irrelevante versiering bij een algemeen moderniseringsproces. Er is nog altijd een verschil tussen de nationale staten met een individualistische ‘civil society’ en die zonder, of tussen die met en zonder een democratische rechtsorde. Culturele en religieuze tradities spelen een rol in de ontwikkeling van het een naar het ander. |
 |
367,07 Kb |
 |
|
|
|
Recentste uitgave 23 (2013) 1 |
 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|