| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Juni - Nummer : 2/2009 |
| |
| Voorwoord |
| Bart Pattyn |
| |
Pagina : 139 - 140 |
 |
| |
en in dit rood, rood schemerland
waar de grenzen totaal werden opgeheven
waar de mondigheid totterdood wordt beleden
en waar zestien miljoen koningen leven
(fragment uit ‘In het land der koningen’ van Ramsey Nasr)
Apeldoorn behoort voortaan tot de namen waaraan een verstikkende herinnering kleeft, een herinnering aan een blik in de afgrond. De gebeurtenis illustreert hoe fragiel het vertrouwensbestand is op basis waarvan we geloven dat het ondenkbare zich nooit realiseert. Op het moment dat het zich dan toch voordoet, heerst diepe verslagenheid. Meteen komen dan andere bleke herinneringen aan de oppervlakte van de afschuwwekkende momenten waarop de wereld haar onschuld verloor.
In de poging om zich als gemeenschap nadien mentaal te heroriënteren, vraagt men vertwijfeld waarom. In eerste instantie hoopt men daarbij het gebeuren te kunnen omschrijven als het waanzinnige werk van iemand die niets met ons te maken heeft: een compleet gestoorde psychopaat. Tot blijkt dat het een buur had kunnen zijn: een beetje een vreemde en teruggetrokken man, maar wel herkenbaar. Zelfs wat hem bezielde, bleek herkenbaar. De man nam wraak op het amorfe systeem dat hem tussen raderen leek te vermalen. Dat ressentiment een dergelijke ongenadige vorm kan aannemen, zegt niet alleen iets over die man, maar ook over zijn omgeving. Het leert dat de sacraliteit van een mensenleven zijn glans kan verliezen.
Eerbied is een individuele aangelegenheid, zoals alle emoties en alle uitingen van zorg, respect of bekommernis uiteindelijk persoonlijk zijn, maar het helpt als de context waarin je je bevindt tot eerbied stemt. We zoeken sommige situaties op, terwijl we andere vermijden, omdat we weten dat een context onze stemming kan beïnvloeden.
Er zijn echter omstandigheden waar je onvrijwillig in verzeild raakt. Je werk verliezen bijvoorbeeld, en daardoor overvallen worden door verschrikking en angst, waartegen je je met wraak denkt te kunnen verzetten. Wat is er in dergelijke omstandigheden voor nodig opdat bepaalde gedachten of plannen niet in je opkomen? Wat maakt in dit soort situaties vreselijke voornemens ondenkbaar?
Zelfrespect en integriteit, moed en de wil om zich tegen duistere voornemens te verzetten, dat in elk geval, maar het scheelt als in de maatschappelijke verstandhouding waarin je participeert wreedheid en vernietiging geen opties zijn.
Gedachten bestaan nooit volkomen op zichzelf. Ze veronderstellen een resonantieruimte. Ze passen in gangbare discussies en geven zich te kennen via bestaande uitdrukkingen. Ze figureren in voor de hand liggende verhalen, frames of redeneringen of laten zich verbeelden op basis van gebruikelijke scenario’s. Collectieve ‘mindscapes’ kunnen in die zin bezoedeld worden.
Een maatschappelijke verstandhouding kan worden geïnfecteerd met de gedachte dat wraak een optie kan zijn. Wellicht heeft de brutaliteit waarvan men kan getuigen in berichtgeving, fictie en games daar effect op. Wat in elk geval blijkt, is dat het voor een minderheid van mensen mogelijk is om aan de eerbied voor mensenlevens voorbij te gaan.
Communcatiewetenschappers nemen aan dat de kans dat iemand door het lint gaat omdat hij zich heeft blootgesteld aan de agressieve verbeelding die via media toegankelijk werd gemaakt, te gering is om tot een oorzakelijk verband te besluiten.
Eén op honderdduizend is statistisch van geen betekenis. Maar één op honderdduizend is wel voldoende. Laat de hygiëne van het collectief voorstellingsvermogen te wensen over? Is met het verdwijnen van het religieuze referentiesysteem wraak minder ondenkbaar geworden? De wereld lijkt zonder eindtijdelijk perspectief in elk geval grimmiger.
In dit nummer van Ethische Perspectieven vindt u de conclusie van het zevende Ethisch Forum van de Universitaire Stichting over Europees hoger onderwijs in de ban van universiteitsrankings door Philippe Van Parijs. Herman Nys en Bart Hansen geven ons een Wegwijs in het web van de wilsverklaringen via .
Daarna bespreken Hendrik Despiegelaere en Geert Van Coillie hoe erkenning vorm krijgt binnen de specifieke verhouding tussen leerkracht en leerling binnen een sociaalconstructivistische en dialogische visie op identiteit, in hun artikel Erkenning in de pedagogische relatie tussen leerkracht en leerling: Een moraalfilosofische benadering.
Tot slot bekijken Dirk De Schutter en Remi Peeters de vraag naar de zin van politiek vanuit de theorie van Hannah Arendt in Politiek en singulariteit: Enkele opmerkingen bij de Arendt-lectuur van Rudi Visker.
Bart Pattyn |
 |
195,28 Kb |
 |
|
|
|
Recentste uitgave 23 (2013) 1 |
 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|