| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| December - Nummer : 4/2009 |
| |
| Verstandig nadenken |
| Bart Pattyn |
| |
Pagina : 343 - 345 |
 |
| |
Onrecht wordt door nagenoeg iedereen geassocieerd met dingen die we verkeerd doen, zelden met dingen die we verkeerd denken. Met verkeerd denken bedoel ik niet het koesteren van ‘foute gedachten’: wensdromen die, wanneer ze gerealiseerd zouden worden, als onrechtvaardig, oneerbaar of vals worden omschreven. Met verkeerd denken bedoel ik simpelweg slordig of onzorgvuldig nadenken. Zo wordt het bijvoorbeeld zelden iemand kwalijk genomen uit te gaan van te grove generaliseringen of onkritische afleidingen.
Het domein van denken en redeneren lijkt te behoren tot de private ruimte waarin de soevereiniteit van het subject als onaantastbaar wordt beschouwd. Wellicht is de omzichtigheid waarmee we omgaan met onkritische redeneringen er verantwoordelijk voor dat we steeds minder verweer kunnen mobiliseren tegen onzin. Het lijkt erop dat we ieder die een mening heeft de garantie willen bieden dat die mening evenwaardig is, voordat we die mening in de discussiearena laten circuleren.
De onschendbaarheid die we op die manier aan slecht onderbouwde visies verlenen, maakt ernstige conversaties onmogelijk: iedereen zegt maar wat en met alles wat er wordt gezegd moet er rekening worden gehouden, ‘want iedereen heeft evenveel recht op zijn of haar mening...’ In deze ongelukkige benadering wordt uitgegaan van twee bediscussieerbare vooronderstellingen. De eerste betreft de idee dat, omdat alle mensen evenwaardig zijn, hun meningen dat ook moeten zijn, en de tweede dat meningen en overtuigingen gelden als eigendom dat je behoort te respecteren, wat impliceert dat eens iemand ze zich eigen heeft gemaakt, ze niet mogen worden beschadigd of vernietigd.
De eerste vooronderstelling berust eerder op ‘wishful thinking’ dan op realiteitszin. We zouden inderdaad in een betere wereld leven indien iedereen mocht ervaren dat zijn of haar overtuigingen in de discussie even waardevol blijken, maar het zou idioot zijn om te denken dat we tot de realisatie van dit soort wereld kunnen bijdragen door het voortaan als onze morele plicht te beschouwen om alle overtuigingen per definitie als evenwaardig te beschouwen omdat dat iedereen gelukkig zal maken. Wat we wel kunnen doen is mensen respectvol benaderen, wat impliceert dat we de tijd nemen om hun perspectief aan bod te laten komen, maar eens argumenten de arena betreden, moet het meest valabele argument tot zijn recht kunnen komen.
Bij het overdenken van een probleem zijn nu eenmaal niet alle argumenten evenwaardig. Wie dat ontkent, zal moeten aannemen dat alle discussies worden beslecht op basis van machtsaanspraken, wat absurd is. Vanzelfsprekend weten we dat lobbyen werkt en dat discussies over de redelijkheid van de zaak zelf vaak door belangenbehartiging worden doorkruist, maar we weten ook dat er redenen zijn om dat te betreuren. Zolang we dat doen, blijken we te geloven dat er effectief zoiets bestaat als redeneren en discussiëren met het oog op de redelijkheid van de zaak zelf.
Wat de tweede vooronderstelling betreft: overtuigingen zijn niet zondermeer het voorwerp van een bewuste keuze en kunnen niet beschouwd worden als iemands bezit. Overtuigingen dringen zich aan ons op en zullen ons, als we iets vernemen waardoor ze onwaarschijnlijk lijken, ontvallen zonder dat we ons daar kunnen tegen verzetten.i
Wie het respecteren van iemands mening vereenzelvigt met de weigering om er iets over te zeggen dat die mening onwaarschijnlijk maakt, lijkt uit te gaan van de idee dat we in een pluralistische samenleving elke mening luchtdicht moeten verpakken en stockeren, en dat als er ergens een beslissing moet worden genomen, we moeten tellen van welk soort meningen er het meeste in voorraad zijn. In dit soort benadering heeft discussie geen zin en kan je debatten beter afschaffen, omdat je dan uiteindelijk de macht van het getal laat bepalen hoe we in onze samenleving beslissingen behoren te nemen. Dit is echter niet het soort democratische samenleving waaraan onze voorvaderen hebben gebouwd. In hun voorstelling van zaken vormt het debat niet iets overbodigs, maar de kern van het democratisch besluitvormingsproces.
We doen er wellicht beter aan redeneren ernstiger te nemen en er bij onszelf en bij anderen op aan te dringen nauwkeuriger en verstandiger na te denken. Verstandig nadenken laten primeren impliceert geen aanslag op ieders vrijheid, integendeel. Wat een verstandhouding werkelijk vrij maakt, is niet zondermeer dat je er willekeurig het woord mag nemen, maar dat er naar je wordt geluisterd en dat je inbreng zal worden opgenomen in de discussiearena. Om dat mogelijk te maken veronderstelt ook een open verstandhouding sociale controle.
Die sociale controle is er dan niet op gericht de uitlatingen van een dominante belangengroep veilig te stellen, maar is erop gericht om alle relevante inzichten die het gemeenschappelijk gezichtspunt kunnen beïnvloeden, aan bod te laten komen. In een open conversatie moet een probleem kunnen belicht worden op basis van alle inzichten, visies of observaties die het gemeenschappelijk oordeel in beweging kunnen brengen, tot het meest waarschijnlijke gezichtspunt stabiel genoeg blijkt om als verstandig te kunnen doorgaan. Het kader van waaruit een zaak wordt beoordeeld is hierbij niet het voorwerp van een persoonlijke of een collectieve beslissing. Je kan niet kiezen wat voor een kader je zal aanwenden om iets in een bepaald daglicht aan jou te laten verschijnen.
De aard van een kader dringt zich op, op basis van wat vanuit de beschikbare informatie het meest relevant lijkt. Als een alternatief gezichtspunt een kader onwaarschijnlijk maakt, dan kan het effect van dat gezichtspunt moeilijk ongedaan worden gemaakt. De enige manier om je vooronderstellingen definitief te immobiliseren is ze niet langer ter discussie te stellen en alle kanalen waarlangs alternatieve gezichtspunten zouden kunnen doorsijpelen af te sluiten. Iemand met een sterke ‘need for closure’ii zal in een gesprek de uiteenzetting waarin een alternatief gezichtspunt aan bod komt niet tot zich laten doordringen. Mensen die hun vooronderstellingen niet in vraag willen laten stellen zullen bedreigende uiteenzettingen verstoren of onderbreken, of ze zullen de geloofwaardigheid van de spreker in diskrediet trachten te brengen.
Het is aan de voorzitter van een parlement, een rechtszaak, een wetenschappelijk colloquium of een bestuursvergadering om dit soort afleidingen onmogelijk te maken en het onderzoek naar het kader dat het meest geschikt lijkt om te definiëren wat er aan de hand is, ongestoord te laten evolueren in functie van alle beschikbare relevante informatie. Dit soort onderzoek, waarin men alle mogelijke informatie die het perspectief op een zaak kan beïnvloeden aan bod laat komen totdat dit perspectief een zeker evenwicht heeft bereikt, kan alleen maar slagen als mensen bereid zijn hun emotionele gehechtheid aan de originele vooronderstellingen tussen haakjes te zetten. In die zin is de verantwoordelijkheid om in een samenleving discussies over de redelijkheid van de zaak zelf mogelijk te maken, een collectieve verantwoordelijkheid, en moet ieder zich wellicht vaker afvragen of hij of zij wel voldoende goed heeft nagedacht. |
 |
|
|
|
Recentste uitgave 20 (2010) 1 |
 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|