| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Juni - Nummer : 2/2010 |
| |
| Inleiding |
| Bart Pattyn |
| |
Pagina : 127 - 128 |
 |
| |
Er doet zich vandaag een vertrouwenscrisis voor in de financiële sfeer, in de politiek en in de kerk. Vertrouwen behoort klaarblijkelijk tot dat soort zaken waarvan je je pas realiseert hoe belangrijk ze zijn om te bezitten, als je ze verliest. Dat verlies is echter zelden volkomen. Zelfs in de meest troosteloze omstandigheden zijn er dingen waarin we vertrouwen blijven stellen. Zo nemen we aan dat de stoel waarop we zitten het niet zal begeven, dat het huis waarin we wonen geen fatale gebreken vertoont, dat de remmen van de wagen het nog steeds doen en dat we ondanks het drukke verkeer veilig zullen aankomen. Er zijn duizend dingen die kunnen misgaan, zonder we ons erover opwinden.
Vertrouwen is in die zin eerder de regel dan de uitzondering. Dit betekent niet dat vertrouwen een natuurlijk karakter heeft. Een aanzienlijk deel van de opvoedingstaak die anderen zich voor ons hebben getroost, bestond erin om ons gerust te stellen: ‘Neen, de persoon die uit je gezichtsveld is verdwenen is niet echt verdwenen, en neen, als je gaat slapen moet je niet bang zijn nooit meer wakker te worden. Er leven geen draken onder je bed en er bestaan geen spoken of heksen…’
Het geluk in een vertrouwenwekkend gezin op te groeien resulteert in wat Erik Erikson, in het spoor van Donald Winnicott, ‘basic trust’ heeft genoemd. Het zou de basis vormen voor het cognitief-emotioneel vertrouwen in anderen, in de werkelijkheid en in onszelf. Dat basisveiligheidsgevoel is zelden volkomen. Mensen zijn nooit helemaal zeker van de waardering en de zorg van anderen, van materiële beschutting en van wat ze zelf te betekenen hebben. In veel van wat ze zeggen en doen proberen ze elkaar en zichzelf gerust te stellen.
In de Phaedo wordt ook de filosofie met het bezweren van angst vereenzelvigd. ‘Net als kinderen zijn jullie bang, denk ik,’ zegt Socrates, ‘dat de ziel op het ogenblik dat ze het lichaam verlaat, echt door de wind uiteengeblazen en verspreid wordt, vooral als iemand niet bij stil weer maar bij hevige storm sterft’. Waarop Cebes aan Socrates vraagt ‘dat kind tot andere gedachten te brengen’ en Socrates filosofie opvat als een instrument om de angst te bezweren.
Zelden is wat we denken en weten echter sterk genoeg om ons ervan te overtuigen dat er geen redenen zijn om bang te zijn. Vertrouwen berust klaarblijkelijk niet enkel op de rationele vaststelling dat de grond waarop we staan stabiel is of de relaties die we aangaan stevig genoeg. Risicoberekeningen kunnen ons nooit volkomen geruststellen. Vertrouwen berust veeleer op het geloof dat de liefdevolle zorg en toewijding van anderen niet zal worden onderbroken of opgegeven.
Vertrouwen kan zoek raken als blijkt dat een huis of een instrument minder deugdelijk is dan we dachten of een project minder realistisch dan we hadden vermoed. Een vertrouwenscrisis ontstaat echter ook door toedoen van mensen, bijvoorbeeld wanneer iemand zijn belofte verbreekt of een verwachting beschaamt. Telkens wanneer iemand een grens overschrijdt, ontstaat er onwillekeurig een zekere ontreddering, omdat elke transgressie de regels die het sociale leven structureren in zeker opzicht in diskrediet brengt. Het niet tegemoet komen aan morele verwachtingen kan in die zin opgevat worden als het schenden van een vertrouwensbestand.
Ook schuld, boete en vergeving veronderstellen een sociale verstandhouding. Gelovigen zullen zich in laatste instantie verantwoordelijk weten tegenover God. In eerste instantie is het echter de gemeenschap die de misstap van de transgressor beoordeelt, zich rekenschap geeft van zijn spijt en de transgressor de gelegenheid geeft zijn schuld uit te boeten en zich daarna met zijn gemeenschap te verzoenen. De menselijkheid van een samenleving kan men afleiden uit de manier waarop ze op het schenden van een vertrouwensbestand reageert en gerechtigheid laat geschieden. De ongeciviliseerde reactie tegen het schenden van een vertrouwensbestand zal erop gericht zijn het onaantastbaar karakter van de grens te herstellen door wraak te nemen op de transgressor.
In een liberale rechtstaat heeft elk individu rechten en zal men zich niet laten leiden door irrationele emoties bij het beoordelen van een misstap. Elke fout moet er idealiter worden beoordeeld in zijn juiste proportie. Maar zelfs de meest zorgvuldige rechtspraak zal nooit perfect zijn. In onze religieuze traditie nemen we in dit verband aan dat alles wat mensen beoordelen onzeker is en dat alleen op het einde der tijden zal blijken wat werkelijk gerechtvaardigd is. Dit voorbehoud beschermt ons tegen hybris.
Vertrouwen kan beschouwd worden als een zaak van publiek belang. Het is immers iets waar de gemeenschap wel bij vaart. Het kan opgevat worden als een publiek goed: het is immers iets waar iedereen van kan genieten zonder dat dit genot het genot van anderen inperkt. Tegelijk is elk individu voor dat vertrouwen medeverantwoordelijk. Nadenken over wat vertrouwen genereert en beschermt, doet ons beter beseffen dat ethiek zelden een zuiver private aangelegenheid is. Doen wat we behoren te doen is altijd ook respect betuigen aan de collectieve verstandhouding waarin zich grenzen en verwachtingen stellen. In dit perspectief is de gedachte dat mensen voor zichzelf moeten kunnen uitmaken wat ze moreel verantwoord vinden, onzin. |
 |
204,41 Kb |
 |
|
|
|
Recentste uitgave 23 (2013) 1 |
 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|