08-02-2012
Ethische Perspectieven
  www.ethics.be
Over ons ....
Contacteer ons ...
Over deze website...
 Ethische Perspectieven, het driemaandelijks tijdschrift van het Overlegcentrum voor Ethiek
 
  Startpagina
  Redactieraad
  Abonnementen
  Alle uitgaven
  Redactionele richtlijnen
 

 
Ethics.be
 
Selectie beschikbare artikelen
 Geïntegreerde empirische ethiek: het einde van de normatieve ethiek?
Lieke van der Scheer (2004)
 Terugblik op het symposium over morele vorming
Radbouduniversiteit Nijmegen (2010)
 Het beeld van armoede in de media. Over de miskenning van de voorwaarden voor respect
Bart Pattyn (2009)
 Centrum voor Economie en Ethiek - KU Leuven : Aankondiging boek 'Metafysiek en engagement : een personalistische visie op gemeenschap en economie'
Luk Bouckaert (1992)
 Deskundigen in een diverse samenleving
Paul Cortois (2011)
 Het zevende wereldcongres voor Bio-ethiek (November 2004): tussen aboriginals en stamcellen
Paul Schotsmans (2005)
 Wanneer 'liefde toeslaat'. Over geweld en onrecht in gezinnen
Annemie Dillen (2004)
 
Ethische Perspectieven
September - Nummer : 3/2011
Voorwoord
Bart Pattyn
   Pagina : 203 - 204
  In oktober 2011 gaat Arnold Burms op emeritaat en het was niet moeilijk collega’s en vrienden te overtuigen om mee te werken aan een bundel die speciaal voor die gelegenheid verschijnt. Iedereen weet dat de interventies van Arnold Burms in de filosofische conversatie over kunst, ethiek en religie in het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte fundamenteel zijn geweest en naar alle waarschijnlijkheid zullen blijven. Collega’s en vrienden vinden het vanzelfsprekend om dat op dit scharniermoment expliciet te laten blijken.

Wie Arnold kent weet dat hij het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte liefst in stilte, via de achterdeur had verlaten, dankbaar voor wat hij beschouwt als een privilege: er te hebben mogen lezen, schrijven en doceren, maar terughoudend ten aanzien van de idee het voorwerp te zijn van een feestelijke academische zitting. Ook in andere omstandigheden reserveert Arnold voor zichzelf liever een onopvallende plaats. Als hij het woord neemt is dat altijd omdat er inhoudelijk iets op te merken valt en nooit om zichzelf te laten opmerken. Zijn interventies zijn gebald en zijn bijdragen bondig. Ze zijn zorgvuldig verwoord, gespeend van uitdrukkingen die oneerbiedig, ongepast of misplaatst zouden kunnen overkomen. Maar zelfs als hij niet intervenieert, wordt zijn aanwezigheid gewaardeerd. Hij behoort immers tot dat soort mensen waarbij je, wanneer je ze toespreekt, op goede ideeën komt, omdat de ingesteldheid waarmee hij aandachtig luistert, je vanzelf meer gevat doet nadenken. Als klankbord was de inbreng van Arnold voor heel wat collega’s en doctorandi fundamenteler dan ze durven vermoeden.

Voor Arnold zijn de eigen teksten nooit goed genoeg, tot wanhoop van redactieverantwoordelijken en uitgevers. Zijn stijl is droog, hard en helder, wat niet betekent dat er geen passie, ontzag of tederheid uit spreekt, in tegendeel. Nergens wordt echter gezwicht voor de verleiding het publiek te behagen. Aan studentenevaluaties ging hij voorbij en nooit probeerde hij ten aanzien van studenten geliefd of populair te zijn, wat niet wegneemt dat hij dat altijd is geweest. Zijn redeneringen gehoorzamen uiteindelijk slechts aan wat hem voorkomt als waarheidsgetrouw, en ook het werk van collega’s beoordeelt hij in die geest.

Tegelijk weet Burms zichzelf te relativeren in de zin dat hij goed weet wat hij maar weet. Hij behoort tot degenen die Blaise Pascal omschreef als ‘les grandes âmes’. Volgens Pascal gelden er in het domein van de kennis twee uitersten die elkaar raken.
“Het eerste uiterste betreft de zuivere natuurlijke onwetendheid kenmerkend voor elke pas geboren mens. Het tweede uiterste betreft de positie waarin ‘les granders âmes’ zich bevinden die, nadat ze alles wat wetenswaardig is hebben onderzocht tot het besluit zijn gekomen dat ze eigenlijk niets weten en op die manier terug uitkomen bij de onwetendheid waarvan ze zich aanvankelijk distantieerden. Dit soort onwetendheid is verstandige onwetendheid die zichzelf te kennen geeft. Degenen die zich tussen deze extremen bevinden en die zich van de natuurlijke onwetendheid hebben gedistantieerd zonder het andere extreem te bereiken, hebben een zekere kennis verworven en nemen zichzelf al te ernstig. Het zijn dit soort mensen die de wereld troebel maken en die in vergelijking met de anderen slecht oordelen. Het gewone volk en de verstandige mensen zorgen dat de wereld draait. Die anderen misprijzen en worden misprezen.”1
Dit citaat is ook nog om een andere reden relevant met betrekking tot Burms’ onderzoek. Pascal laat hier uitschijnen dat gewone mensen die zichzelf beschouwen als onwetend uiteindelijk verstandig oordelen. Hun vertrouwen op gangbare gewoonten en gebruiken maakt hen wijs. Problematischer is het oordeel van de mensen die menen iets te weten en die enthousiast zijn over een theorie of zweren bij een of ander abstract model. Alleen de mensen die weten dat ook dit soort kennis stukwerk is en moet worden gerelativeerd beschouwt Pascal als wijs. Het is de tussensoort die voor heibel zorgt. Burms bittere kritiek ten aanzien van utopische hervormers en verlichte essentialisten komt sterk overeen met de kritiek van Pascal. Er doen zich ook voor wat Burms betreft minder problemen voor wanneer mensen vertrouwen op de zinvolheid van gangbare verplichtingen en taboes. Erger is het als mensen zich van dit soort kennis misprijzend distantiëren omdat ze hun eigen inzichten onterecht veel te ernstig nemen.

Het zal de lezer opvallen dat de bijdragen in deze bundel heel divers zijn en dat iedere auteur schrijft vanuit datgene wat hem of haar boeit. Dat is wat in het Hoger Instituut altijd mogelijk is geweest en die vrijheid biedt meteen ook een verklaring waarom het enthousiasme waarmee men er aan onderzoek doet zo groot is. Arnold heeft die vrijheid altijd beschouwd als datgene wat het Hoger Instituut tot een inspirerende werkomgeving maakt.

 
Recentste uitgave
21 (2011) 3
Voorwoord
(Bart Pattyn)
In de greep van het symbolische. Een inleiding in de filosofie van Arnold Burms
(Herman De Dijn)
Tragische troost. Over soorten van transcendentie
(Paul Van Tongeren)
Wat ons bindt aan een werkelijkheid die vereenzaamt. Hoe Lacan nadenkt over ethiek
(Paul Moyaert)
Fatale interventies
(Bart Pattyn)
Deskundigen in een diverse samenleving
(Paul Cortois)
Kunst, verstrooing en aandacht
(Stéphane Symons)
De verlossende werking van materie in de kunstbeleving
(Gerbert Faure)
Small is stupid
(Roland Breeur)
       
 
 
Terug  naar  Ethische Perspectievencontact© 2012 - Ethische Perspectieven - p/a Damiaanplein 9 bus 5306 - 3000 Leuven - Telefoon 0032 (0)16/32.37.87