| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Juni - Nummer : 2/1992 |
| |
| Kanttekeningen bij een postmoderne opvatting over ethiek |
| Bert Roebben |
| |
Pagina : 22 - 25 |
 |
| |
Het nieuwe Europees waardenonderzoek waarover Jan Kerkhofs in dit nummer verslag uitbrengt, toont aan dat de trends uit de vorige survey van 1981 zich doorzetten. Onze westerse samenleving schijnt op de drempel van de 21ste eeuw deconfessionalisering en individualisering steeds hoger in het vaandel te voeren. Mensen willen zelf bepalen hoe ze hun dagelijks leven inrichten, welke waarden ze daarbij de moeite waard vinden en tot welke mate van permissiviteit ze bereid zijn opdat ieders terrein van vrijheid gevrijwaard blijft. Het aanbod van levensstijlen, ethiek en zingeving is één groot graasland, waaraan ieder zich naar eigen inzicht en vermogen te goed doet.
De tijd van de grote, stichtende en enthousiasmerende verhalen is immers voorbij, wij leven in een postmoderne tijd. Althans, dat is de bewering van postmoderne filosofen. Want ondanks het feit dat er geen meta-vertellingen meer bestaan (laat staan: mogelijk zijn), is er één groot verhaal dat zich vandaag de dag hardnekkiger dan ooit laat vertellen: het grote verhaal namelijk van de teloorgang van de grote verhalen en van de verbrokkeling van ons levenspatroon.
Met deze ietwat kritische aanhef verraden we ons uitgangspunt en de teneur van deze bijdrage. Wij willen enkele bedenkingen formuleren bij een postmoderne opvatting over ethiek. Er kan inderdaad sprake zijn van postmoderniteit om het levensgevoelen of de mentaliteit van onze dagen te beschrijven. Men kan er niet om heen, de ethiek dient er rekening mee te houden. Het object van haar bekommernis immers is de levende mens, kind van deze tijd.
Maar hiermee is niet alles gezegd. Dat een samenleving op een bepaald ogenblik van haar levensloop individualistisch denkt en handelt, impliceert niet dat dit de norm dient te zijn voor de organisatie ervan en/of voor de opvoeding van haar leden. Naar ons oordeel bestaat het gevaar dat postmoderniteit, oorspronkelijk bedoeld als ontmaskering van grote wervende ideologieën, op haar beurt zelf ideologisch misbruikt kan worden. De publieke ruimte krimpt, wanneer alleen nog het private grondgebied van eigen zekerheden en overtuigingen van tel is. Mensen verliezen dan de controle over de publieke ruimte, en worden overgeleverd aan de ‘verdoken normen’ die het samenleven regelen. Democratie wordt dan ‘democracy without the demos’, zonder het volk dat zelf bepaalt in welk socio-politiek bestel de waardigheid van de mens de beste slaagkansen heeft.
Het is vanuit de opvatting over ethiek als bekommernis om het ‘gemeenschappelijk goede’ (bonum commune) dat onze kritiek moet overwogen worden. Ethiek houdt een oriëntering op het goede leven in, voor allen zonder onderscheid, en voor de meest gedepriveerden het eerst. Deze oriëntering is bovendien voor allen inzichtelijk en herkenbaar. In wat volgt trachten we deze ethische optiek te confronteren met enkele postmoderne uitgangspunten. |
 |
59,18 Kb |
 |
|
|
|
| Recentste uitgave 15/2 (2005) |
 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
| Centra |
 |
 |
 |
Centrum voor Biomedische Ethiek en Recht |
 |
Centrum voor Economie en Ethiek |
 |
Centrum voor Ethiek en Waardeonderzoek |
 |
Centrum voor Ethiek, Sociale en Politieke Filosofie |
 |
Centrum voor Wetenschap, Techniek en Ethiek |
 |
Chaire Hoover d'ethique et sociale |
 |
Ethics.be |
 |
Master in Applied Ethics |
 |
Multatuli-lezing |
 |
Overlegcentrum voor Ethiek |
 |
SPES-Forum Vzw |
|
|
|
|