| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Maart - Nummer : 1/1995 |
| |
| Het project van Charles Taylor : over authenticiteit en de oorsprong van het 'morele zelf' |
| Willem Lemmens |
| Paul Smeyers |
| |
Pagina : 9 - 23 |
 |
| |
Sinds kort worden door het Overlegcentrum voor Christelijke ethiek ‘Middaggesprekken’ gehouden over actuele ethische onderwerpen. Tijdens het eerste ‘Middaggesprek’ werd gediscussieerd over ‘De ethiek van de arbeid’. Tijdens het tweede hadden Willem Lemmens en Paul Smeyers het over het werk van de filosoof Charles Taylor.
Taylor is geen onbekende meer voor mensen die zich inlaten met de studie en het onderwijs over ethiek. Zijn diagnose van ‘de malaise van de moderniteit’ biedt immers een accuraat beeld van de morele crisis die onze samenleving schijnt door te maken. Het is daarom dat we de lezer willen informeren over twee van Taylors meest bekende werken, met name zijn vrij toegankelijke The Ethics of Authenticity, dat onlangs in het Nederlands is verschenen als De malaise van de moderniteit en de fundamentele studie Sources of the Self. De eerste bespreking is van de hand van Paul Smeyers, de tweede is van Willem Lemmens.
I. DE MALAISE VAN DE MODERNITEIT
In De malaise van de moderniteit bespreekt de Canadese filosoof Charles Taylor wat door velen wordt aangeduid als het hart van de ‘moderne’ malaise: de optie voor ‘authenticiteit’ of ‘zelfontplooiing’. Taylor is er zich van bewust dat de aandacht voor het ‘zelf’, de waarden die betrekking hebben op de uitbouw van een goede samenleving, in de schaduw stelt. Toch is hij minder dan anderen geneigd om om die reden de aandacht voor ‘zelfontplooiing’ te bekritiseren. Op een evenwichtige manier begrepen, wijst het ideaal van zelfontplooiing immers in de richting van een meer verantwoordelijke vorm van leven. Volgens Taylor betreft de gerichtheid op authenticiteit een streven naar een voller en gedifferentieerder bestaan.
II. SOURCES OF THE SELF
Het uitgangspunt van Sources of the Self is de vaststelling dat het zelfverstaan van de (post moderne mens een crisis doormaakt, een crisis die zich uit in een diep verankerd gevoel van spirituele en morele desoriëntatie. Dit gegeven heeft iets paradoxaals. Want, hoewel de mens nog nooit zo onzeker is geweest over zijn identiteit, werd nog nooit zoveel aandacht besteed aan zelf-reflectie. In Sources of the Self wordt een poging ondernomen om niet alleen de dynamiek en betekenis van deze crisis in kaart te brengen, maar ook om de historische oorsprong ervan te reconstrueren. Sources of the Self is bedoeld als een symptoom- analyse van wat men de ‘malaise van de moderniteit’ kan noemen, en als een kritiek van de liberaal-individualistische ideologie, die daarvan een uitdrukking is. Omdat volgens Taylor het centraal worden van de zelf-reflectie èn de crisis van de moderne identiteit hun oorsprong hebben in de filosofie van de 17de en 18de eeuw, is Sources of the Self niet alleen een evaluatiestudie maar ook een historische studie naar de wortels van het moderne zelf.
Taylor verdedigt in Sources of the Self echter ook een bepaalde filosofische vooronderstelling. Hij is er namelijk van overtuigd dat de constitutie van de identiteit van het zelf een morele oriëntatie impliceert, een oriëntatie op ‘het goede’. In Sources of the Self wordt daarom een niet-naturalistische, hermeneutische theorie van het morele zelf ontwikkeld.
|
 |
130,78 Kb |
 |
|
|
|
Recentste uitgave 21 (2011) 2 |
 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|