| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| September - Nummer : 3/1995 |
| |
| Woord vooraf |
| Johan Verstraeten |
| |
Pagina : 101 - 102 |
 |
| |
Moraal en ethiek worden meestal geïdentificeerd met waarden en normen die men op een redelijke wijze kan funderen, verantwoorden en toepassen. De narratieve ethiek heeft aangetoond dat dit niet helemaal correct is en dat ook rekening moet gehouden worden met de invloed van verhalen en verhaaltradities. Door hun parenetisch karakter sporen verhalen mensen aan tot grensverleggend verantwoordelijk handelen en in de mate dat ze een rol spelen in het opvoedingsproces dragen ze bij tot de narratieve configuratie van de persoon als moreel subject. De mens is meer dan een wezen dat zichzelf autonoom als subject constitueert. Hij of zij wordt pas ten volle zichzelf in en door een voortdurende omgang met anderen en met de alteriteit van teksten (cf. Ricoeur, ‘Soimême comme un autre’).
Binnen de narratieve ethiek is echter een belangrijk discussiepunt gerezen. Filosofen zoals A. MacIntyre leggen een onmiddellijk verband tussen narrativiteit en ethisch handelen. Anderen, zoals Ricoeur, tonen mijns inziens op overtuigende wijze aan dat verhalen slechts invloed hebben op het morele handelen op een bemiddelde wijze. Tussen narrativiteit en ethiek bevindt zich de functie van de verbeelding. Zij laat toe om zich in te leven in de verhalen en om aan fundamentele levenskeuzen en handelingen imaginair gestalte te geven. |
 |
45,07 Kb |
 |
|
|
|
Recentste uitgave 23 (2013) 1 |
 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|