| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| September - Nummer : 3/1995 |
| |
| Hoe vrij is de moderne mens nog ? |
| Roger Burggraeve |
| Arnold Burms |
| |
Pagina : 110 - 117 |
 |
| |
Wanneer we tegenwoordig spreken over vrijheid, dan doen we dat zelden alsof we een vaststelling doen. Het actuele spreken over vrijheid is een spreken over iets dat wordt geclaimd, iets wat men opvordert of belangrijk vindt, of iets waarnaar men verlangt. Bovendien zal men in het spreken over vrijheid daar vaak zichzelf in betrekken. Een ander kenmerk dat ons spreken over vrijheid typeert, is dat het betrekking heeft op iets dat niet noodzakelijkerwijze aanwezig is, en dat zich heeft te realiseren. Vrij zijn is iets waar men meent recht op te hebben, maar waarover men zelf niet beschikt. Om al die redenen kan men het spreken over vrijheid een ‘kerygmatisch spreken’ noemen. Een kerygma betreft immers een uitspraak over onszelf die altijd getekend wordt door de angst van het niet beheersen van wat we uitspreken. In die zin houdt het gewone spreken over vrijheid geen verband met de wetenschappelijke manier waarop men over vrijheid spreekt, zoals wanneer er wordt gediscussieerd welke de verhouding is tussen vrijheid en determinisme.
In de actuele postcommunistische tijd werd het liberaal spreken over vrijheid overheersend. Dit spreken wordt inhoudelijk door de idealen van de moderniteit en van de Verlichting bepaald, waarbij vrijheid wordt vereenzelvigd met autonomie en zelfbeschikking. In onze postmoderne tijd, die in dit opzicht niet verschilt van de moderne tijd, is er in die zin één vorm van geloof bewaard gebleven, het geloof in de eigen vrijheid. Dit geloof over vrijheid als zelfbeschikking geldt in onze cultuur en samenleving als een soort apriori. Het heeft ertoe geleid dat we ervan overtuigd zijn geraakt dat we daadwerkelijk vrij zijn. Zoals Kierkegaard heeft opgemerkt, zal iemand in de mate dat hij spreekt vanuit een overtuiging, steeds minder argumenten aandragen voor zijn opvattingen, en zo heeft het actuele kerygmatische spreken over vrijheid aanleiding gegeven tot de overtuiging dat wij werkelijk vrij zijn geworden en dat deze vrijheid een recht is. Het idee van emancipatie, autonomie en zelfbeschikking is daardoor onaantastbaar geworden.
Vooral jonge mensen omschrijven vrijheid als iets waaraan niemand mag raken. Elke poging om te interveniëren beschouwen ze als een aanslag op de vrije keuze of als een of andere vorm van moraliseren. Vrijheid wordt door hen beschouwd als tegengesteld aan moraal. |
 |
83,99 Kb |
 |
|
|
|
Recentste uitgave 23 (2013) 1 |
 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|