| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| December - Nummer : 4/1998 |
| |
| Blijven vragen wat kwaliteit is
Filosofische bijdrage aan de kwaliteitszorgdiscussie in de gezondheidszorg |
| Paul Van Tongeren |
| Carla Bal |
| |
Pagina : 311 - 315 |
 |
| |
Kwaliteitszorg is `in' in de gezondheidszorg. Congressen, cursussen, certificering, doorlichting van werkprocessen, systemen met 70 aspecten waar ethiek er één van kan zijn, getuigen van een grote bekommernis om de kwaliteit van het werk dat gezondheidszorg is. Sinds 1996 hebben we in Nederland zelf een `Kwaliteitswet Zorginstellingen'. Kwaliteit moet! Merkwaardig, en misschien symptomatisch, is dat er veelal sprake is van kwaliteitszorg, maar even zo vaak van kwaliteitsbewaking, alsof dat hetzelfde is. En waar gaat het nu eigenlijk om?
We zullen enkele gedachten over het begrip kwaliteit formuleren, niet om problemen te helpen oplossen maar om oplossingen te helpen problematiseren, uiteraard in de hoop dat dat vruchtbaar zal zijn. Kun je vanuit de geschiedenis van de filosofie iets zinnigs over kwaliteit zeggen? En is dat ergens goed voor? Heeft de geschiedenis van het denken over kwaliteit in de filosofie verband met de kwaliteitszorgdiscussie in de gezondheidszorg? Hoe wordt kwaliteit in deze discussie zoal gedefinieerd? Hebben definities überhaupt zin? Voor welke valstrikken moet je uitkijken als je de vraag naar kwaliteit probeert te beantwoorden? Valt uit dit alles een conclusie te trekken?
Kwaliteit in de geschiedenis van de filosofie
Vragen naar de geschiedenis van een probleem, wanneer het ontstond of zichtbaar werd, is zinvol, omdat je zodoende iets kunt ontdekken van de condities die het probleem bepalen. Iets daarvan ontdekken, kan voorkomen dat je oplossingen zoekt die binnen diezelfde condities blijven, oplossingen die je vaster en vaster in het probleem verstrikken.
De geschiedenis van het denken over kwaliteit is zo oud als de geschiedenis van de Westerse filosofie zelf, maar pas sinds de moderne tijd zien we het begrip op een heel specifieke manier problematisch worden. Sinds Socrates, en vooral bij Socrates, richt de filosofie zich op vragen als: Wat is rechtvaardigheid? Wat is deugdzaamheid? Wat is goedheid? Vragen naar kwaliteiten. Volgens Socrates zijn dit de enige vragen die ertoe doen. In Zen of de kunst van het motoronderhoud van Robert Pirsig, een hedendaags, in romanvorm gegoten onderzoek naar kwaliteit op zeer Platoonse, dus Socratische wijze, zien we nog steeds dezelfde soort vragen.
Hoe gaat Socrates tewerk? Wanneer hij iemand ontmoet van wie hij meent dat die verstand heeft van zo'n kwaliteit, of iemand die dat van zichzelf denkt, spreekt Socrates hem aan: “Vertel me, wat is rechtvaardigheid?” Hij krijgt een antwoord en dan begint het spel. Dit wordt geleid door slechts twee vragen maar Socrates brengt er zijn gesprekspartners mee tot wanhoop: “Wat bedoel je precies met dat antwoord?” En ten tweede en vooral: “Is dat waar?” Om die laatste vraag gaat het: “Dat noem je dus rechtvaardig (of deugdzaam, of goed), maar is het dat ook echt?”
In de moderne tijd gaat een onderscheid dat uit de scholastiek stamt een belangrijke rol spelen. Dit krijgt bij de eerste wetenschappers, waaronder Boyle, een nieuwe betekenis: het onderscheid tussen primaire en secundaire kwaliteiten. Met name bij Locke, 17e eeuw, krijgt dat onderscheid een betekenis die vervolgens uit het denken van de moderne tijd niet meer weg te branden is: Primaire kwaliteiten zijn die welke aan de materie vastzitten, die in de materiële dingen als zodanig zijn gegeven, zoals vastheid, uitgebreidheid, vorm, getal en beweging. Secundaire kwaliteiten daarentegen zitten niet zozeer in de dingen, maar veeleer in ons, dat wil zeggen in degenen die de dingen waarnemen. Dit geldt voor kleur bijvoorbeeld, maar het gaat in extreme mate gelden voor de esthetische en morele kwaliteiten.
Met het verbannen van deze kwaliteiten naar het subject, maakt men deze dus subjectief. Daarmee gebeurt iets heel belangrijks want dit betekent dat de vraag van Socrates, en van de filosofie na hem, niet meer gesteld kan worden: “U zegt dit, maar is dat ook echt zo?” Als het om esthetische en morele kwaliteit gaat, kunnen we, zo lijkt het, niet meer vragen naar de echte, `objectieve' kwaliteit van iets, want er zijn alleen nog maar subjectieve meningen over kwaliteit. Aanvankelijk blijft dat nog tamelijk impliciet, maar geleidelijk aan wordt het steeds sterker present in de cultuur, totdat er in onze tijd van een werkelijk subjectivisme gesproken kan worden. Kwaliteitsoordelen worden expressies van smaakvoorkeuren.
|
 |
119,16 Kb |
 |
|
|
|
| Recentste uitgave 17/1 (2007) |
 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
| Centra |
 |
 |
 |
Centrum voor Biomedische Ethiek en Recht |
 |
Centrum voor Economie en Ethiek |
 |
Centrum voor Ethiek en Waardeonderzoek |
 |
Centrum voor Ethiek, Sociale en Politieke Filosofie |
 |
Centrum voor Wetenschap, Techniek en Ethiek |
 |
Chaire Hoover d'ethique et sociale |
 |
Ethics.be |
 |
|
 |
European SPES-forum |
 |
Master in Applied Ethics |
 |
Multatuli-lezing |
 |
Overlegcentrum voor Ethiek |
 |
SPES-Forum Vzw |
 |
Wetenschap en ethiek |
|
|
|
|