| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| December - Nummer : 4/1998 |
| |
| Plaatselijke commissies voor Medische Medische Ethiek
Ontwerp van solide juridische basis bekritiseerd |
| Chris Gastmans |
| |
Pagina : 335 - 338 |
 |
| |
Artikel 164 van het voorontwerp van Sociale Programmawet bepaalt dat ieder ziekenhuis moet beschikken over een plaatselijk ethisch comité. In een recent advies met betrekking tot dit artikel 164 stelt de Raad van State kritische vragen bij de verplichte oprichting van een plaatselijk ethisch comité in ieder ziekenhuis. Gezien de duidelijke uitspraak van de Raad van State over deze voor ziekenhuizen toch belangrijke problematiek willen wij hier de standpunten even op een rijtje zetten.
Plaatselijke commissies voor medische ethiek:
hoe het groeide
De Nationale Raad van de Orde der Geneesheren vaardigde voor het eerst in 1984 richtlijnen uit waardoor artsen zich moesten laten leiden in het raam van experimenten op mensen. Deze criteria waren gebaseerd op de Verklaring van Helsinki en dienden als leidraad voor de erkenning van de commissies voor medische ethiek (toetsingscommissies) door de Nationale Raad. Na een ervaring van acht jaar werden deze regels verduidelijkt in 1992. De Nationale Raad heeft toen een onderscheid gemaakt tussen de commissies voor ethiek die zich buigen over experimenten met mensen (toetsingscommissies) en de commissies die zich bezighouden met ethische bezinning (bezinnings- of begeleidingscommissies). Op 18 oktober 1997 bedroeg het aantal erkende commissies 176. Ondertussen was ook een vrijwel algemene consensus gegroeid rondom de eenduidige benaming `commissies voor medische ethiek'.
Deze jarenlange, geleidelijk opgebouwde ervaring van de Nationale Raad i.v.m. commissies voor medische ethiek werd op 12 augustus 1994 doorkruist door een Koninklijk Besluit dat stelt dat elk ziekenhuis moet beschikken over een plaatselijk ethisch comité (deze foute Nederlandse vertaling van comité d'ethique haalde het op de algemeen aanvaarde, keurig Nederlandse benaming commissie voor medische ethiek). Dit KB trad in werking op 1 april 1995. Sindsdien werden ten aanzien van dit KB heel wat terechte bezwaren geopperd. Tegen dit KB werd vrij snel door de Vlaamse regering op initiatief van Mevrouw Wiviva Demeester een beroep tot vernietiging bij de Raad van State ingesteld. Om onduidelijke redenen heeft de Raad van State (afdeling administratie) over dit beroep tot vernietiging nog steeds geen uitspraak gedaan. De Raad van State (afdeling wetgeving) heeft wel in zijn advies over het ontwerp dat tot het genoemde besluit heeft geleid, het ontbreken van de vereiste rechtsgrond vastgesteld. In dezelfde geest formuleert de Raad van State nu scherpe kritiek op artikel 164 van het voorontwerp van Sociale Programmawet waarin beoogd wordt “een solide juridische basis te geven aan de ethische comité's”. |
 |
93,58 Kb |
 |
|
|
|
Recentste uitgave 18 (2008) 1 |
 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
| Centra |
 |
 |
 |
Centrum voor Biomedische Ethiek en Recht |
 |
Centrum voor Economie en Ethiek |
 |
Centrum voor Ethiek en Waardeonderzoek |
 |
Centrum voor Ethiek, Sociale en Politieke Filosofie |
 |
Centrum voor Wetenschap, Techniek en Ethiek |
 |
Chaire Hoover d'ethique et sociale |
 |
Ethics.be |
 |
|
 |
European SPES-forum |
 |
Herman De Dijn |
 |
Multatuli-lezing |
 |
Overlegcentrum voor Ethiek |
 |
Politeia-conferentie |
 |
SPES-Forum Vzw |
 |
Wetenschap en ethiek |
|
|
|
|