| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| April - Nummer : 1/1999 |
| |
| Uitgeprocedeerde vreemdelingen in de impasse
Grondrechten als doorbraak? |
| Marie-Claire Foblets |
| |
Pagina : 8 - 15 |
 |
| |
Uitgeprocedeerde vreemdelingen:
een aanwassende bevolkingsgroep
Uitgeprocedeerde vreemdelingen verblijven, sinds enkele jaren, bij duizenden op het grondgebied van de verschillende lidstaten van de Europese Unie. Ook in België vormen de vreemdelingen die geen geldig verblijfsdocument (meer) kunnen voorleggen een groeiende groep. Statistieken zijn, uit de aard zelf van het fenomeen, niet voorhanden. In realiteit betreft het tienduizenden individuen die, bij gebrek aan toelating tot verblijf voor onbepaalde duur op het grondgebied, in een zeer zwakke rechtspositie verkeren.
Begin jaren zeventig hebben in Europa zowat alle regeringen de deuren gesloten voor nieuwe migratie. In België viel die beslissing in 1974. Sinds die tijd worden nog slechts twee uitzonderingen op het verbod van nieuwe migratie toegestaan: gezinshereniging (het recht voor de naaste verwanten om hier legaal verblijvende familieleden te vervoegen) en asiel (het Asielverdrag van 1951). Het is vooral de mogelijkheid om asiel aan te vragen die sinds het einde van de jaren tachtig een nieuwe stroom kandidaat-migranten naar onze contreien brengt. Om de druk te verlichten zijn de elkaar opvolgende regeringen in verschillende landen van Europa, vooral na 1985, op zoek gegaan naar mogelijkheden om de aanhoudende stroom nieuwe asielzoekers in te dijken: de uitvoeringsovereenkomst van Schengen laat landen voortaan toe elkaars landsgrenzen te controleren ; private vervoerders worden ingeschakeld om op de luchthaven of in de haven van het land van vertrek identiteitscontroles door te voeren — wie niet over de vereiste documenten beschikt, wordt als passagier geweigerd ; de bewijslast in de asielprocedure werd — in een bepaalde zin — `omgekeerd'; enzovoort.
Om de grote achterstanden in de behandeling van de dossiers weg te werken, heeft men zowel bij de Dienst Vreemdelingenzaken als bij het Commissariaat-Generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen tientallen juristen aangeworven. Alle maatregelen ten spijt, het verhoopte resultaat werd tot vandaag niet bereikt: onze welvaart, onze democratie ook, blijven als een zoete droom mensen hierheen lokken. Met sloeberbootjes vanaf de Noord-Afrikaanse kust, verborgen in vrachtschepen uit Zwart-Afrika, met valse of vervalste identiteitsdocumenten, op elkaar gepakt in de laadruimte van vrachtwagens, wagen mensen er hun hebben en houden en soms hun leven op, in de hoop hier een nieuw bestaan te kunnen opbouwen.
De discussie over het type beleid dat men ten aanzien van kandidaat-vluchtelingen voert, is de laatste maanden actueler dan ooit. De meningen over te nemen beleidsopties in deze uitermate delicate materie — het gaat om de toekomst van duizenden individuen — lopen uiteen. De enen pleiten voor een meer effectief verwijderingsbeleid.
Na de zaak Sémira Adamu is, minstens in ons land, gebleken dat een ruime publieke opinie gewonnen is voor een meer humaan verwijderingsbeleid. Het beginsel blijft evenwel ongewijzigd: men tornt van overheidswege niet aan het beginsel van de verwijderbaarheid van illegale verblijfhouders en uitgeprocedeerde asielzoekers. Anderen pleiten ervoor om die humanere aanpak niet te beperken tot een menselijker verwijderingsbeleid, maar om ook reële kansen op een regularisatie te voorzien, gebeurlijk na een regularisatiecampagne (naar het voorbeeld van Frankrijk).
Sommigen gaan in hun pleidooi voor illegalen zo ver dat zij opteren voor een `Open grenzen'-beleid, dat aan mensen de vrije keuze laat van het land waarin zij verblijf wensen te houden.
|
 |
150,50 Kb |
 |
|
|
|
Recentste uitgave 21 (2011) 2 |
 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|