| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Juli - Nummer : 2/1999 |
| |
| Levensbeëindiging bij wilsonbekwamen |
| Paul Schotsmans |
| |
Pagina : 108 - 111 |
 |
| |
Het Raadgevend Comité voor de Bio-ethiek heeft in maart laatstleden een advies voltooid omtrent de levensbeëindiging bij wilsonbekwamen. Dit is het tweede gedeelte van een totaaladvies omtrent levensbeëindiging. Velen zullen zich ongetwijfeld het senaatsdebat herinneren van december 1997, waar het eerste advies omtrent euthanasie (opzettelijke levensbeëindiging door een arts op verzoek van de patiënt) heeft geleid tot een constructief overleg tussen de verschillende partijen over de grenzen van de levensbeschouwingen heen. Toen werd er door de senatoren met aandrang gevraagd ook het advies over de wilsonbekwamen klaar te maken, vooraleer ze verder wettelijk werk zouden verrichten. Dit betekent dat met dit tweede advies het dossier klaarligt voor een wettelijke regeling inzake Medische Beslissingen bij het Levenseinde.
Weze echter nogmaals benadrukt dat het begrip `euthanasie' niet toepasselijk is op levensbeëindiging bij wilsonbekwamen (deze kunnen immers geen verzoek richten tot de arts).
Om nog even de stand van zaken duidelijk te schetsen: omtrent euthanasie waren er vier voorstellen: (1) een wijziging van de wetgeving waardoor euthanasie niet langer strafbaar is; (2) een procedurele regeling a posteriori van euthanasie waartoe door de arts samen met de patiënt beslist wordt; (3) een procedurele regeling a priori van Medische Beslissingen bij het Levenseinde, alsook van euthanasie, waartoe beslist wordt in collegiaal overleg en in het geval van noodtoestand; (4) het behoud zonder meer van de wettelijke verbodsbepaling inzake euthanasie.
De bespreking omtrent de wilsonbekwamen verliep moeizaam, in elk geval veel moeilijker dan deze omtrent euthanasie. In het Comité bestaan inderdaad over deze problematiek veel diepgaander meningsverschillen. Dit heeft uiteraard alles te maken met de grote vrees voor een mogelijk machtsmisbruik in delicate terminale situaties: als men anderen laat beslissen over het lot van de stervenden, zijn we dan niet op weg naar een misbruik dat we allen reeds in het verleden ten strengste hebben veroordeeld? Verder vragen sommigen zich af of de economische druk op de gezondheidszorg niet dermate sterk gaat worden dat amper nog ruimte blijft voor een diepgaand respect voor de chronisch zieke patiënt. Het blijven verzorgen van een steeds maar groeiend aantal dementerende bejaarden is volgens sommigen immers niet langer meer houdbaar. De vrees voor misbruik is dus groot én daarom ook de behoedzaamheid bij de formulering van de verschillende standpunten. Als er ergens immers sprake zou kunnen zijn van een `slippery slope' of een sneeuwbaleffect, dan is dit zeker hier het geval. Xavier Dijon s.j. (een eminent lid van het Raadgevend Comité en voorstander van een radicaal wettelijk verbod inzake levensbeëindiging) sprak dan ook over `l'horreur graduée'.
|
 |
102,44 Kb |
 |
|
|
|
Recentste uitgave 21 (2011) 2 |
 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|