| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Juli - Nummer : 2/1999 |
| |
| Werkgroep Wentenschap, techniek en ethiek: ethische vorming van studenten wetenscahppen en techniek |
| André Van Put |
| |
Pagina : 121 - 125 |
 |
| |
Tijdens het academiejaar 1996-1997 onderzocht de Interfacultaire Werkgroep in een eerste fase de relatie tussen wetenschap, techniek en ethiek. De kernvraag hierbij was: kan er eigenlijk sprake zijn van ethiek binnen wetenschap en techniek? Moet de ethische problematiek van wetenschappelijke vindingen en toepassingen niet overgelaten worden aan andere specialisten? Politici, ethici, ondernemers? Het antwoord hierop werd door de Werkgroep in haar artikel `Ethiek, industrie en economie' (Ethische Perspectieven 7(1997), p. 112-113) als volgt geformuleerd: “De beoefenaars van de techniek, zowel individuen als bedrijven, zijn niet vrij te pleiten wanneer zij zich uitsluitend laten inpalmen door louter financiële beschouwingen, die weliswaar een maatstaf kunnen zijn voor de gezondheid van de ondernemingen, maar niet als ultiem einddoel mogen gelden.
Ook bestaat er voor technici en wetenschapsmensen een voorlichtingsplicht over mogelijke gunstige en schadelijke gevolgen van nieuwe technieken, voor zover deze voorspelbaar zijn. (...) Ook aan de ethische problemen zal men het hoofd kunnen bieden wanneer meer individuen ervan overtuigd raken dat `de verantwoordelijkheid voor de andere mijn vrijheid voorafgaat'.
Alleen wanneer mensen op basis van deze overtuiging uit verschillende disciplines en vanuit verschillende verantwoordelijkheden samenwerken, zal men de actuele maatschappelijke problemen kunnen bekampen.”
Dit antwoord hield in dat wetenschapsbeoefening en technologische ontwikkeling niet los gezien kunnen worden van maatschappelijke verantwoordelijkheid. Dit plaatste de Werkgroep voor een nieuw vraag: “Worden onze wetenschappers en technici voldoende bewust gemaakt en voorbereid op deze taak van `gemeenschappelijke verantwoordelijkheid'? Zo niet, welke maatregelen moeten er getroffen worden?” Tijdens het academiejaar 1997-1998 boog de Werkgroep zich over deze vraag.
Haar besluit was dat het om een dringende maatschappelijke vraag gaat waarop de universiteit een klaar en duidelijk antwoord moet geven. Vandaar dit standpunt dat niet een zoveelste oproep tot goede bedoelingen wil zijn, maar wel een antwoord op de door de hedendaagse samenleving aan universiteiten gestelde vraag om niet alleen bekwame wetenschappers en technici af te leveren, maar tevens culturele wetenschappers en technici, die zich bewust zijn van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid en bekwaam een ethisch oordeel te formuleren en er zelf naar te handelen.
Dit is het perspectief van waaruit de Werkgroep de bevoegde academische overheden en collegae vraagt bijgevoegd standpunt te willen onderschrijven.
|
 |
191,70 Kb |
 |
|
|
|
| Recentste uitgave 15/1 (2005) |
 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
| Centra |
 |
 |
 |
Centrum voor Agrarische Bio- en Milieu-Ethiek |
 |
Centrum voor Biomedische Ethiek en Recht |
 |
Centrum voor Economie en Ethiek |
 |
Centrum voor Ethiek en Waardeonderzoek |
 |
Centrum voor Ethiek, Sociale en Politieke Filosofie |
 |
Chaire Hoover d'Ethique Economique et Sociale |
 |
Ethics.be |
 |
Master in Applied Ethics |
 |
Multatuli-lezing |
 |
Overlegcentrum voor Ethiek |
 |
SPES-Forum Vzw |
|
|
|
|