| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Oktober - December - Nummer : 3-4/1999 |
| |
| Woord Vooraf: Het einde van het tweede millennium |
| Bart Pattyn |
| |
Pagina : 143 - 144 |
 |
| |
Het einde van het tweede millennium zal uitbundig worden gevierd, maar met gemengde gevoelens. De genocides in het gebied van de grote meren, de crisis in de Balkan, het fundamentalisme in Algerije en de oorlog in Tsjetsjenië... al deze gebeurtenissen hebben de hoop op een betere wereld gekneusd. Er wordt weinig weerstand geboden aan de gedachte dat conflicten inherent zijn aan de werkelijkheid. De geschiedenis wordt tegenwoordig steeds vaker beschouwd als een zich voortdurend herhalend Kaïn-en-Abel-verhaal en
steeds minder als dat van Exodus.
Verschrikkelijke feiten zijn er altijd geweest, maar ze hadden een minder absurd karakter zolang ze vanuit een hoopgevend paradigma konden worden geïnterpreteerd. Ze werden dan beschouwd als een overgangsmoment, als een stadium op weg naar een betere verstandhouding, als een misverstand of als een momentane kortsluiting. De bange verwachtingen van vandaag zijn in die zin niet enkel het resultaat van de confrontatie met verschrikkelijke gebeurtenissen alleen, maar ook van de vermoeidheid van onze hoopgevende paradigma's.
Wie de geschiedenis van de moderne tijd overloopt, komt echter tot de bevinding dat de ontnuchtering na de roes bij de val van de muur slechts een etappe vormt van een veel omvangrijker ontluisteringsproces. Het begon met enkele sceptische filosofen, het maakte opgang in de hogere kringen en onder intellectuelen en zet zich thans, op het einde van de twintigste eeuw, steeds sterker door in bredere lagen van de bevolking. Die ontluistering verliep, eigenaardig genoeg, vrij pijnloos. Het bleef mogelijk om een aangenaam leven te ambiëren en plichtsbewust op de been te blijven, zij het wat nerveuzer en angstiger. Het is waar, mensen voelen zich in de gegeven context vrijer, omdat er geen dwingende dogma's meer zijn waaraan ze zich onvoorwaardelijk moeten onderwerpen — met uitzondering dan van trendy meningen, modes en leefstijlen. Ze zijn echter tegelijk even onvrij want niemand kan zich onttrekken aan de tijd of aan de massieve voorwaarden van een maatschappelijk bestaan met dwingende voorschriften, fysieke noodwendigheden, en een hels ritme.
Hoe komt het dat de opmars van een ontnuchterende werkelijkheidsvisie geen aanleiding heeft gegeven tot turbulenties? Misschien zijn die turbulenties er wel, maar manifesteren ze zich onderhuids. Misschien worden op geregelde tijden de gepaste zondebokken gevonden en zorgt het offeren ervan voor voldoende opluchting. Misschien wordt er voldoende afleiding geboden. De media houden het brede publiek in ieder geval voortdurend in de ban en laat het met gemak wegkijken van de verveling.
Waar is in deze maatschappelijke context de `blijde boodschap'? Was ze een tiental jaar geleden niet krachtiger hoorbaar? Onlangs werd ik eraan herinnerd hoe verfrissend de stem van Schillebeeckx klonk, tien jaar geleden, toen hij optrad als boegbeeld van de geëngageerde moderne katholieke intellectuelen. Hij was een tijdje onzichtbaar, maar nu dook hij opnieuw op naar aanleiding van zijn 85ste verjaardag. Met dezelfde onbevangen flair sprak hij zelfzeker over zijn geloof, zich helder bewust van de hectische tijd waarin we leven. Ik vroeg me af of de stem van dit soort onbevangen gelovige mensen vroeger niet vaker te horen was. Komt die tijd terug of weerklinken in de toekomst enkel de stemmen van taalvaardige sceptici?
Voorliggend nummer is omvangrijker dan een gewoon nummer. Het is immers een dubbelnummer. Met deze inhaalbeweging kunnen we de volgende jaargang op zijn normale tijdstippen laten verschijnen. Met de bijdrage van Toon Vandevelde komt een politiek gevoelig thema aan bod. Zijn er redenen om België te blijven beschouwen als één natie, of zijn die redenen er niet meer? De meeste burgers van dit land blijven zich Belgen voelen, wat onze noorderburen in casu Kees Klop schijnt te verwonderen wanneer hij wordt ingelicht over onze actuele politieke situatie. Blijkbaar berusten onze nationale gevoelens op een diepe identificatie die we slecht kunnen verwoorden. In de bijdrage van Herman Siebens wordt een bilan opgemaakt van de inbreng van vrouwen in de zakenethiek. Gerard de Vries confronteert ons met de uitdaging van de voorspellende geneeskunde en
wijst op de teloorgang van het autonomiedenken.
De Vries vreest tegelijk de toenemende macht van de geneeskunde en pleit voor het creëren van een tegenmacht om een meer democratische machtsverdeling over leven en dood te verzekeren. Die boodschap komt tot ons midden in de discussie over euthanasie. In de bijdrage van het Centrum voor Bio-Medische Ethiek en Recht wordt daarop ingegaan. De bijdrage van Guy Widdershoven informeert ons over de euthanasiepraktijk in Nederland en Herman Nys wijst op de diepgaande verschillen tussen de eerst ingediende wetsvoorstellen inzake euthansie. Paul Schotsmans maakt de balans op van het Belgisch Raadgevend Comité voor Bio-Ethiek. Wie op zoek is naar een genuanceerd betoog over `duurzaam ondernemen' zal tevreden zijn met het interview met Luk Bouckaert in de rubriek van het Centrum voor Economie en Ethiek. Interessant is ook de bijdrage van Luc Van Liederkerke over de mogelijkheden en moeilijkheden van de Tobin-taks, een taks op excessieve financiële speculaties. Er werd over dit thema aan de UFSIA een colloquium gehouden op 22 oktober. Verder vindt u in dit nummer de aankondigingen en de onderzoeksprojecten van centra en onderzoeksgroepen die zich inlaten met ethiek in België en Nederland.
Ethische Perspectieven bestaat in 2000 tien jaar. Het lijkt alsof we er gisteren mee begonnen zijn. Er kwam immers geen einde aan de vloed van interessante informatie. Een woord van dank aan alle medewerkers, de uitgever en aan alle lezers die in een tijd van vlotte en vaak oppervlakkige communicatie de tijd hebben genomen om ernstig mee te denken over ethiek.
|
 |
81,12 Kb |
 |
|
|
|
Recentste uitgave 23 (2013) 1 |
 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|