| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Oktober - December - Nummer : 3-4/1999 |
| |
| Ethiek, multiculturalisme en het recht op afscheiding |
| Toon Vandevelde |
| |
Pagina : 145 - 154 |
 |
| |
In 1998 verscheen in de boekenreeks van het Centrum voor Ethiek van de KU Nijmegen een boek over Multiculturalisme . De — overigens uitstekende — bijdragen tot dit boek zijn voor het overgrote deel geschreven door Nederlanders en het is dan ook niet te verwonderen dat de bundel op een vanzelfsprekende wijze uitgaat van de problemen die het samenleven tussen mensen met verschillende culturele achtergrond vooral in de Nederlandse grootsteden stelt. De Belgische lezer denkt bij het thema multiculturalisme uiteraard ook aan samenlevingsproblemen met migranten en aan de extreem-rechtse reactie die deze meer nog dan in Nederland hebben veroorzaakt, maar voor Belgen heeft het multiculturalisme natuurlijk een extra dimensie. Wij worden namelijk ook geconfronteerd met de problemen verbonden met het samenleven in één staat van twee grote en één kleine taalgroep. In de terminologie van Kymlicka: de Nederlandse bundel gaat voornamelijk over problemen verbonden met poly-etniciteit. In België stelt zich daarnaast een nationaal probleem. De ander neemt niet alleen de figuur aan van de migrant of de vreemdeling, hij is ook de anderstalige landgenoot. Beide types van samenlevingsproblemen zijn — zoals Kymlicka terecht opmerkt — problemen van multiculturalisme, maar zij vereisen over het algemeen een totaal andere aanpak en heel verschillende instituties .
Een van de verschilpunten is dat we niet anders kunnen dan samenleven met migranten van allerlei komaf — of we dat nu leuk en verrijkend vinden of niet — maar dat het samenleven van Vlamingen en Walen binnen één enkel staatsverband wel degelijk kan worden beëindigd. De optie om alle vreemdelingen de grens over te zetten is niet alleen ethisch onaanvaardbaar, maar is ook praktisch onuitvoerbaar. Demografen en sociologen kunnen haarfijn uitleggen dat de bevolkingsaantallen en -aangroei in de wereld zo groot zijn dat zelfs als maar een miniem percentage daarvan migreert, de instroom van vreemdelingen in de rijkere landen toch enorm zal zijn. Het tijdperk van de etnische homogeniteit van landen, steden en dorpen is definitief voorbij. Er zou een verschrikkelijke en volstrekt immorele repressie nodig zijn om deze evolutie te stoppen of om te keren.
Het opbreken van het Belgische staatsverband, op een vreedzame wijze, min of meer naar het model van wat in Tsjechoslowakije is gebeurd, is daarentegen niet langer ondenkbaar. Voor zover Vlamingen en Franssprekenden territoriaal geconcentreerd leven, kunnen zij — in principe althans — hun relaties beperken tot het niveau van de buitenlandse betrekkingen met andere buurlanden. Ooit was dit een thema van extremisten en wellicht is dit de reden waarom Vlaamse intellectuelen nog steeds wat vies zijn van deze problematiek. Ik denk niet dat daar redenen voor zijn. Canadese filosofen hebben zichzelf helemaal niet aan deze zelfcensuur onderworpen en hebben de politieke discussies in hun land aangegrepen om de nationaliteitenkwestie te analyseren op een wijze die ook ver buiten hun landsgrenzen interesse heeft gewekt. Ook een groot deel van de Vlaamse politici heeft alle inhibities afgeworpen en proclameert zelfbewust dat `we beter doen wat we zelf doen'. Wat de intellectuelen daar ook mogen over denken, het lijkt erop dat de scheiding der geesten reeds heeft plaatsgevonden, dat Vlaanderen voor de Franssprekenden en Wallonië voor de Vlamingen reeds buitenland is geworden en dat op relatief korte termijn de splitsing van het land volledig voltrokken zal zijn. Vooral de uitdieping van de Europese Unie is een sterke catalysator geweest in het respectabel maken van het streven naar meer zelfbestuur en zelfs complete onafhankelijkheid van Vlaanderen en Wallonië. Naarmate de Europese instellingen enerzijds, de Belgische deelstaten anderzijds, meer macht gaan concentreren, worden de bevoegdheden die op Belgisch niveau worden uitgeoefend uitgehold. De Europese muntunie bijvoorbeeld maakt een grotere divergentie op het vlak van economische politiek tussen Vlaanderen en Wallonië mogelijk. De geschiedenis van de opeenvolgende staatshervormingen in België vormt een uitstekende illustratie van een tendens die reeds door Kymlicka werd gesignaleerd: wanneer multinationale staten recht op zelfbestuur beginnen te geven aan territoriaal geconcentreerde naties of minderheden, dan zijn de middelpuntvliedende krachten nauwelijks nog in toom te houden. In dit artikel wil ik de legitimiteit van het streven naar afscheiding uit gevestigde staatsverbanden onderzoeken. Het is echter ook mijn bedoeling om naar aanleiding van dit thema een aantal methodologische problemen in de toegepaste ethiek aan de orde te stellen. Daarom expliciteer ik eerst even mijn opvatting van ethiek.
|
 |
213,70 Kb |
 |
|
|
|
| Recentste uitgave 15/1 (2005) |
 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
| Centra |
 |
 |
 |
Centrum voor Agrarische Bio- en Milieu-Ethiek |
 |
Centrum voor Biomedische Ethiek en Recht |
 |
Centrum voor Economie en Ethiek |
 |
Centrum voor Ethiek en Waardeonderzoek |
 |
Centrum voor Ethiek, Sociale en Politieke Filosofie |
 |
Chaire Hoover d'Ethique Economique et Sociale |
 |
Ethics.be |
 |
Master in Applied Ethics |
 |
Multatuli-lezing |
 |
Overlegcentrum voor Ethiek |
 |
SPES-Forum Vzw |
|
|
|
|