| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Oktober - December - Nummer : 3-4/1999 |
| |
| Eerste ervaringen van toetsingscommissies Euthanasie Theorie en praktijk dichter bij elkaar
|
| Guy A.M. Widdershoven |
| |
Pagina : 198 - 202 |
 |
| |
Transparantie en controle inzake euthanasie
In de Belgische senaat worden op dit ogenblik verschillende voorstellen besproken inzake de wenselijkheid van een wettelijke regeling omtrent de toepassing van euthanasie en levensbeëindiging bij wilsonbekwamen. Eén der belangrijkste democratische vereisten voor een goede regeling ligt in de mogelijkheid tot controle en evaluatie.
Terzake past het te leren uit ervaringen in Nederland. Daar wordt sinds kort gewerkt met de zogenaamde regionale toetsingscommissie.
G. Widdershoven, hoogleraar Ethiek van de Gezondheidszorg aan de Universiteit Maastricht en actief in één van de vijf regionale toetsingscommissies, beschrijft zijn eerste ervaringen.
Paul Schotsmans
Na een half jaar toetsingscommissies euthanasie in Nederland maakt G. Widdershoven, hoogleraar ethiek van de gezondheidszorg, lid van de toetsingscommissie, de balans op. Hoe zit het met het aantal meldingen? Hoe verhoudt de euthanasie zich ten opzichte van de palliatieve zorg? Hoe rechtvaardigen arts en patiënt de keuze voor euthanasie?
Sinds 1 november vorig jaar zijn er vijf regionale toetsingscommissies euthanasie actief. Deze commissies geven advies aan de officier van justitie omtrent gemelde gevallen van euthanasie. De commissies zijn ingesteld om aan artsen een snellere en meer op hun verwachtingen aansluitende feedback te geven over de zorgvuldigheid van het door hen aangemelde geval van euthanasie. Dit zou moeten leiden tot een hoger percentage meldingen (in 1996 circa 40%) en tot meer reflectie over euthanasie.
Elke commissie bestaat uit een jurist als voorzitter, een ethicus en een medicus. Voor elk van deze drie is er bij afwezigheid een plaatsvervanger. Er is ondersteuning van een secretaris.
De commissie buigt zich over de meldingen in de regio. Binnen zes weken doet ze een uitspraak. Dit vereist dat er één keer per drie weken wordt vergaderd. Tijdens een bijeenkomst worden vijftig tot dertig gevallen besproken. De commissie toetst elk geval aan de KNMG-zorgvuldigheidseisen. Deze zijn: duurzaam, ondraaglijk en uitzichtloos lijden, een vrijwillig, weloverwogen en duurzaam verzoek, consultatie van een onafhankelijk arts, medisch-technisch zorgvuldig handelen, en adequate verslaglegging. De commissie beschikt per geval over een aantal gegevens.
Allereerst is dit het door de arts ingevulde meldingsformulier. Daarnaast is er de verklaring van de consulent. Ook zijn veelal gegevens uit het medisch dossier beschikbaar en is er doorgaans een schriftelijke wilsverklaring aanwezig. Meestal kan het advies op grond van deze gegevens worden geformuleerd. Soms is er een nadere toelichting van de arts of de consulent noodzakelijk. Deze wordt dan of aangeschreven met het verzoek meer informatie te verschaffen, of uitgenodigd voor een bezoek aan de commissie.
|
 |
124,12 Kb |
 |
|
|
|
Recentste uitgave 21 (2011) 3 |
 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|