| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Oktober - December - Nummer : 3-4/1999 |
| |
| Eenheid en veelheid in de Ethiek en in wereldgodsdiensten
Onderzoeksprogramma Moraaltheologie en Fenomenologie & geschiedenis van de godsdiensten
1999-2003
|
| K-W Merks |
| H.L. Beck |
| |
Pagina : 234 - 239 |
 |
| |
Dit onderzoeksprogramma bundelt het onderzoek van de leerstoelgroep Moraaltheologie en de leerstoelgroep Fenomenologie en geschiedenis van de godsdiensten. Het gezamenlijk doel is, moraaltheologisch en godsdienstwetenschappelijk onderzoek te verrichten met gebruikmaking van de invalshoeken die de transcendentalia-leer aanbiedt. In het programma staat de transcendentale `eenheid' centraal.
Eenheid en veelheid in de ethiek (coördinator Prof. Dr. K.-W. Merks)
Het onderzoeksgebied betreft de theologische ethiek/moraaltheologie. De moraaltheologie is in haar traditie altijd en op velerlei wijze geïnvolveerd geweest met het transcendentalia-denken. Haar kernbegrip — het goede — valt samen met één van de transcendentalia. Hierbij rijst meteen de vraag, of het door de moraaltheologie behandelde `goede' identiek is met het `goed' waarover de metafysiek gaat.
De moraaltheologie heeft dit goede beschouwd als in relatie staande met het zijnde (natuurrechtsleer als samenhang tussen zijn en moeten), met het ware (wat is het ware goede; wat is waarheid in moreel opzicht?) en zelfs met het schone (kalos kagathos), zij het dat het schone niet dezelfde belangrijke rol speelt als de overige drie. Het onderzoek is gericht op de mogelijke actuele betekenis van deze traditionele gegevens.
De moraaltheologie heeft de relatie met het transcendentalia-denken in twee richtingen uitgewerkt. Ten eerste als interactie van haar eigen formeel object — het goede — met de verschillende aspecten van de werkelijkheid (met betrekking tot eenheid, waarheid, schoonheid), zoals die in de transcendentalia haar samenvatting hebben gevonden.
Ten tweede door in haar eigen object — het goede — de speling (differentie en perspectivische identificatie) te thematiseren die bestaat tussen de concrete `goeden' onderling en in hun relatie met `het goede', dat ten opzichte van die goeden als transcendent kan worden geïnterpreteerd: de verschillende concrete `goeden' en het `goed'-zijn van verschillende handelingen vinden in het goede als zodanig hun samenhang, zonder dat ze ermee samenvallen. Het goede is dus niet identiek met zijn vele realisaties, maar is wel het verbindend idee/moment tussen het velerlei van de concrete goeden.
Eenheid en veelheid in wereldgodsdiensten
Religieus pluralisme en identiteit in Zuid- en Zuidoost Azië en West-Europa (coördinator Prof. Dr. H.L. Beck)
Het onderzoeksproject vormt enerzijds een afronding van het VF-programma `Religieus pluralisme in Zuid en Zuidoost-Azië' van de jaren 1994-1998, anderzijds bouwt het er op voort. Het richt zich wederom in algemene zin op de betekenis van de situatie van religieus pluralisme voor zelfbeeld en identiteit van hindoes en boeddhisten in India en moslims in Indonesië. In het onderzoeksproject 1999-2003 worden echter de inzichten die verworven zijn op het specialistische gebied van India en Indonesië veel sterker ten dienste gesteld van het onderzoek naar de situatie van religieus pluralisme in Nederland en West Europa.
Onder religieus pluralisme wordt hier verstaan het voorkomen zowel van verschillende religieuze stromingen binnen een zelfde religieuze traditie (intra-religieus pluralisme) als van verschillende religies (inter-religieus pluralisme) binnen een afgegrensde regio (India, Indonesië, Nederland en West Europa) en een bepaald tijdvak (de negentiende en twintigste eeuw). Centraal staat de bestudering van de transformatieprocessen, die het gevolg zijn van de receptie van en reactie op de situatie van intra- en inter-religieus pluralisme, en hun invloed op de demarcatie van het zelfbeeld en de identiteit van de religieuze traditie, die het referentiekader vormt, ten opzichte van de religieuze traditie(s) waarmee zij in een diachroon en synchroon proces van contextuele interactie verkeert.
Het betreft wetenschappelijk onderzoek dat gebruikmaakt van de historisch-kritische methode gekoppeld aan veldwerk en interviews. Uitgangspunt is het willen bijdragen aan kennisvermeerdering en theorievorming op het gebied van het onderzoek naar religieus pluralisme in hindoesme, boeddhisme en islam in het algemeen en religieus pluralisme in Zuid- en Zuidoost Azië, Nederland en West Europa in het bijzonder.
De inzichten met betrekking tot religieus pluralisme verworven door specialistisch indologisch en islamologisch onderzoek in Zuid- en Zuidoost Azië krijgen door toepassing op de situatie van religieus pluralisme in Nederland en West Europa een bijzondere maatschappelijke betekenis.
Het onderzoeksproject Religieus pluralisme en identiteit in Zuid- en Zuidoost Azië en West Europa is aangesloten bij het Leidse onderzoeksprogramma Religious Pluralism and Identity, dat een van de onderzoeksprogramma's van het Leiden Institute for the Study of Religion (LISOR) is. De senior- en juniorleden van het onderzoeksproject Religieus pluralisme en identiteit in Zuid- en Zuidoost-Azië en West Europa zijn door het LISOR toegelaten als associate members van LISOR.
Voor de senior- en juniorleden van Religieus pluralisme en identiteit in Zuid- en Zuidoost Azië en West Europa biedt dit lidmaatschap - tezamen met de samenwerking binnen het grotere onderzoeksproject “Eenheid en veelheid in de ethiek en wereldgodsdiensten” van de leerstoelgroep Moraaltheologie - de mogelijkheid tot een stimulerende interdisciplinaire benaderingswijze die van fundamenteel belang is voor het onderzoeksproject. |
 |
117,45 Kb |
 |
|
|
|
Recentste uitgave 23 (2013) 1 |
 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|