23-07-2013
Ethische Perspectieven
  www.ethics.be
Over ons ....
Contacteer ons ...
Over deze website...
 Ethische Perspectieven, het driemaandelijks tijdschrift van het Overlegcentrum voor Ethiek
 
  Startpagina
  Redactieraad
  Abonnementen
  Alle uitgaven
  Redactionele richtlijnen
 

 
Ethics.be
 
Selectie beschikbare artikelen
 Centrum voor Bio-Medische Ethiek en Recht - KU Leuven : 'Verpleegkunde, vrouwen en politiek'
Chris Gastmans (1996)
 Aankondigingen Centrum voor Biomedische Ethiek en Recht
CBMER (2012)
 Angst en onzekerheid in de moderne samenleving. Discussietekst voor het seminarie van 11 mei 2001 aan de vooravond van de Multatuli-lezing.
Bart Pattyn (2001)
 Centrum voor Economie en Ethiek - KU Leuven : 'De Riba is verboden'
Bart Capéau (1993)
 Ethische kanttekeningen bij het vluchtelingenbeleid. Op zoek naar een evenwicht tussen rechtvaardigheid en medemenselijkheid
Patrick Loobuyck (2005)
 De impact van de strijd tegen het terrorisme op het ius ad bellum: evolutie of revolutie?
Frederik Naert (2003)
 Woord vooraf. Perceptie en realiteit
Bart Pattyn (2006)
 
Ethische Perspectieven
Januari - Nummer : 1/2000
Mgr. A. Dondeyne-lezing: Schending van mensenrechten als aanleiding tot oorlog
Jos de Beus
   Pagina : 3 - 22
  Is de schending van mensenrechten in een bepaald land een aanleiding tot oorlog? Zou je in een misdaad tegen de menselijkheid een soort van oorlogsverklaring moeten lezen aan het adres van beschaafde volken en staten? De gangbare wijsheid spreekt dit tegen. Het doel van vredesbewarende missies is bevordering van de collectieve veiligheid, die wordt bedreigd door de ordeloosheid in een bepaald land of gebied. Er is geen verband tussen het collectieve-veiligheidsregime van de Verenigde Naties (VN) en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. De gevestigde democratische staten die zich opwerpen als patroon van bepaalde vredesmissies zoeken een soort van omvattende crisisbeheersing waarbij het oorlogsrisico voor deze staten zelf zoveel mogelijk wordt beperkt. Met name de Verenigde Staten van America zijn steevast allergisch voor het machtsverlies dat uit Amerikaanse onderwerping aan bovennationale rechtsregels zou voortvloeien. Er loopt een rechte lijn van de afwijzing van de Volkenbond (1920) naar de afwijzing van een Internationaal Strafhof (1998). Wat er ook geworden is van de Nieuwe Wereldorde van president Bush, diens vermaarde rede voor de Algemene Vergadering van de VN op 1 Oktober 1990 ging vooral over de verbreiding van de Amerikaanse visie op de democratie, maar niet over de legalisering van mensenrechten. Zeker, de Amerikaanse operatie Restore Hope in Somalië was humanitair. Na de smadelijke terugtrekking van de Amerikanen werd echter een presidentiële richtlijn van kracht (PDD 25, Mei 1994) die erop neerkomt dat de Verenigde Staten alleen dan meedoen aan humanitaire missies met een militaire dimensie als het land zelf de leiding heeft, het Amerikaanse publiek brede steun geeft en een overwinning verzekerd is.

Toch springt de opmars van de vredesbewaring in het oog. Tijdens het interbellum was er enkel de missie in Saarland. In de lange Koude Oorlog hadden hoogstens tien militaire operaties een humanitair oogmerk, waaronder het dubieuze ingrijpen van Vietnam in Cambodja (1978). In het verstreken decennium zijn daar zo'n veertig vredesmissies bijgekomen. De reeks begint met Angola en Nicaragua in 1989 en eindigt voorlopig met Kosovo en Timor dit jaar. Momenteel zijn zestien operaties gaande. In Nederland wordt de vredesmissie gezien als een van de vaste taken van de krijgsmacht die in het Nederlandse belang is. Deze opvatting wordt door vrijwel alle politieke partijen onderschreven. Zij is bestand gebleken tegen het trauma van Srebrenica, bezuinigingsrondes en onenigheid tussen Atlantici en Europeanen. Ook in België lijkt het politiek-militaire establishment de vredesbewaring te hebben omarmd.
Het is in vele opzichten onwaarachtig om de beweging voor mensenrechten buiten beschouwing te laten in een onderzoek naar dit verschijnsel. Ten eerste is het intuïtieve beroep op de mensenrechten een belangrijk element in de verontwaardiging van de publieke opinie over de vrije hand van de aanstichters van etnisch en nationalistisch geweld. (Een ander element is de walging van paramilitair geweld naast het medelijden.) Deze verontwaardiging levert een niet te onderschatten bijdrage aan de druk op Westerse regeringen om iets uit te richten tegen dergelijk geweld buiten de landsgrens. Ten tweede lijkt een succesvolle openbare verantwoording van deelname aan vredesmissies onmogelijk te zijn zonder dat politieke leiders zich bedienen van het argument, of tenminste de retoriek, der mensenrechten. Ten derde is de schending van mensenrechten een wezenlijk onderdeel van de ingewikkelde noodtoestand die thans wordt aangeduid met de term `humanitaire crisis'. Een ander onderdeel is bijvoorbeeld de instorting van de infrastructuur.
Kijken we naar de vredesmissies zelf, dan valt zelfs in de meest algemene analyse op dat deelname aan een dergelijke missie betekent dat een land zich in het krijgsgewoel stort terwijl, omgekeerd, terugtrekking meestal te maken heeft met een afweging over de nationale kosten van voortgezette fysieke betrokkenheid bij een soort ongrijpbaar conflict dat vaak op een burgeroorlog lijkt. Ten eerste is in een oorlogstoestand de overgang van zware diplomatieke druk, zoals economische sancties, naar vredeshandhaving en bekrachtiging van vrede, en vandaar tot langdurige curatele en (weder)opbouw vloeiend geworden. Ten tweede houdt de intentie van neutraliteit en minimaal gebruik van de wapens niet tegen dat een interventiemacht vroeg of laat door de lokale strijdende partijen als partij wordt gezien of tot partij wordt gemaakt. Voorts zijn de volle overgave en het verlies van schone handen onontbeerlijk voor de doeltreffendheid van interventie. Iedereen die wel eens heeft moeten bemiddelen kent de kracht van dit trekken en duwen. Ten derde betekent nabijheid van gewapende eenheden van de VN op de plek van de verschrikking dat hun natuurlijke plicht om te helpen in werking treedt. Dit geldt ongeacht de instructie van de VN-autoriteiten of de discipline van de soldaten. Wie met zijn geweer niks doet tegen de machete, houdt hieraan later een kwaad geweten over. Wie deze passiviteit heeft bevolen evenzo. Wellicht ten overvloede tegenover een Belgisch gehoor, wijs ik op het protocol (rules of engagement) van Unamir in Rwanda. Daarin stond dat de blauwhelmen “zedelijk en wettelijk verplicht” waren om “alle beschikbare middelen te gebruiken” ter stopzettting van “etnisch en politiek gemotiveerde misdadige handelingen”, en dat ze “het nodige initiatief zullen nemen om elke midaad tegen de menselijkheid te voorkomen”.

Ik stel dus vast dat een humanitaire interventie het lopen van oorlogsrisico op vreemd grondgebied is en dat de bescherming van elementaire rechten van onschuldige mensen in humanitaire crises een centrale rol speelt in de redelijke rechtvaardiging van dit soort extern militair ingrijpen. De gangbare wijsheid moet worden herzien.
 289,50 Kb
 
Recentste uitgave
23 (2013) 1
Voorwoord
(Jelle Zeedijk)
Palliatieve zorg: in dienst van meer levenskwaliteit?
(Herman De Dijn)
Een fenomenologie van het geraakt-zijn. Zin, ethiek en kunst.
(Nicole Note)
De haalbaarheid van onze inzet voor het publiek belang
(Bart Pattyn)
‘Responsibility to protect’, staatssoevereiniteit en het gebruik van militair geweld. Een ethisch-normatieve analyse.
(Carl Ceulemans)
Verslag van het vijfde symposium van de ICURO-werkgroep
(Stefan Van Roey)
       
 
 
Terug  naar  Ethische Perspectievencontact© 2013 - Ethische Perspectieven - p/a Damiaanplein 9 bus 5306 - 3000 Leuven - Telefoon 0032 (0)16/32.38.29