22-07-2013
Ethische Perspectieven
  www.ethics.be
Over ons ....
Contacteer ons ...
Over deze website...
 Ethische Perspectieven, het driemaandelijks tijdschrift van het Overlegcentrum voor Ethiek
 
  Startpagina
  Redactieraad
  Abonnementen
  Alle uitgaven
  Redactionele richtlijnen
 

 
Ethics.be
 
Selectie beschikbare artikelen
 Centrum voor Economie en Ethiek - KU Leuven : 'Het intrestdebat in het Westen'
Luc Van Liedekerke (1993)
 Homerus' gedicht over het geweld, geïnterpreteerd door Simone Weil en René Girard
Geert Van Coillie (2005)
 Centrum voor Ethiek Katholieke Universiteit Nijmegen : 'Te radicale techniek-kritiek'
Jacob Gruppelaar (1995)
 Voorwoord
Bart Pattyn (2009)
 Seksueel misbruik en ongewenste seksuele intimiteiten in de Vlaamse recreatie- en competitiesport
Yves Vanden Auweele (2006)
 Centrum voor Economie en Ethiek - KU Leuven : 'Over nut en waarde van de geschiedenis voor de ethiek : Bedenkingen bij Lessius' interestleer'
Toon Van Houdt (1995)
 Voorspellende Geneeskunde Ethische en politiek-filosofische problemen rond een nieuw medisch paradigma
Jos de Beus (1999)
 
Ethische Perspectieven
December - Nummer : 4/2000
Katholieke' universiteit: vier denkpistes
Lieven Boeve
   Pagina : 251 - 258
  Op geregelde tijdstippen duikt de vraag op naar de katholieke identiteit van de K.U.Leuven. Dit is ook vandaag het geval. Hierin verschilt de situatie van de Leuvense Universiteit niet wezenlijk van andere organisaties uit het Vlaamse christelijke middenveld. We verduidelijken dit kort in vier pennentrekken.

(a) Het gaat telkens om meerderheidsinstituties die in een versneld seculariserende, detraditionaliserende samenleving hun marktaandeel weten te behouden — op het eerste gezicht ondanks de secularisatie.

(b) Wie nauwer toekijkt, merkt op dat deze organisaties echter van binnenuit seculariseren en pluraliseren, en dit op alle niveaus, zowel hun cliënten als hun kaders en vaak zelfs overheden.

(c) Het marktaandeel blijft behouden; of wordt soms nog verstrekt, door een aura van kwaliteit dat rondom deze organisaties kleeft: ze bewegen zich efficiënt en cliëntgericht op dit middenveld en weten zo ook niet-(langer-)christenen aan zich te binden. Dit aura van kwaliteit betreft menigmaal echter ook een andere dimensie die veel minder aantoonbaar is, en wellicht te maken heeft met de perceptie van een vaak impliciete, onderliggende (personalistische) waardegerichtheid die aan christelijke organisaties kleeft. Of de interne secularisering ook deze alvast vandaag nog gepercipieerde waardegerichtheid aantast (of reeds aangetast heeft), is op dit ogenblik niet duidelijk.

(d). Tenslotte delen deze organisaties ook in de erfenissen van de verzuilings- en anti-verzuilingspolitiek. Hierbij is niet altijd duidelijk of recente pleidooien voor `ontzuiling' of `zuilvervaging' al dan niet verkapte vormen zijn van deze laatste. Het aantreden van paarse regeringen heeft alvast deze problematiek vooraan op de agenda geplaatst. Dergelijke pleidooien spelen bovendien in op de toenemende roep om rationalisering van instellingen, mensen en middelen. In een in toenemende mate gedetraditionaliseerde samenleving lijkt levensbeschouwing mensen steeds minder te verdelen: waarom dan het op levensbeschouwelijke gronden georganiseerd middenveld niet drastisch afslanken?

Al deze factoren zijn van invloed op de vraag naar de katholieke identiteit van de K.U.Leuven. In deze bijdrage wil ik vier denkpistes hieromtrent schetsen. Elke piste reikt zowel op analytisch als op normatief vlak elementen van antwoord aan op de vraag welke levensbeschouwelijke profilering in de actuele context enerzijds gepraktiseerd wordt, anderzijds te wensen is. De eerste twee lijken de meest drastische te zijn: institutionele secularisering versus institutionele reconfessionalisering. De twee volgende staan voor een gekwalificeerde verhouding van het christelijk geloof ten aanzien van de cultuur.

(1) In het eerste geval wordt de `K' officieel geschrapt en spelen de katholieke achtergrond en inspiratie geen expliciete rol meer bij de interne organisatie, onderwijs, onderzoek en dienstverlening. De `Universiteit Leuven' wordt een instelling waar ook — maar niet noodzakelijk — christenen zijn.

(2) Aan het andere eind van het spectrum wordt een herprofilering van de universiteit als `katholiek' vooropgesteld. Dit betekent onder meer de aanvaarding dat het expliciet `katholiek' zijn van de universiteit mee de bestaansreden ervan uitmaakt en de vorming van katholieke intellectuelen een hoofddoel wordt. Dit heeft natuurlijk gevolgen voor de rekrutering van stafleden en studenten, maar hoeft niet te resulteren in een getto-universiteit.

(3) Een piste die tot op heden op grote schaal op het christelijke middenveld bewandeld wordt is deze van de `waardenbeleving en/of -opvoeding in christelijk perspectief'. Gezocht wordt naar een nog verbindend project van christelijke waarden — een christelijk humanisme — waar ook niet-gelovigen zich kunnen in vinden. In feite streeft men naar een zo groot mogelijke consensus tussen geloof en cultuur — die omwille van voortschrijdende de-traditionalisering steeds algemener wordt.

(4) Een laatste strategie bestaat in een herprofilering van het katholieke/christelijke geloof in een context van levensbeschouwelijke pluraliteit. Niet langer de consensus maar de specifieke eigenheid van het christelijk geloof vormt hier het aanknopingspunt.

In de eerste plaats erkent men de secularisering en pluralisering van binnenuit. Vervolgens zoekt men naar wegen om het christelijk geloof midden deze pluraliteit herkenbaar present te stellen, vanuit de overtuiging dat het een relevant zinaanbod blijft, ook en met name in een situatie van veelheid. Individuen en groepen binnen de universitaire gemeenschap, wat hun overtuiging ook weze, worden uitgedaagd werk te maken van de levensbeschouwelijke reflectie in dialoog en/of confrontatie met de christelijke geloofstraditie.

Mutatis mutandis gelden deze pistes niet alleen voor een katholieke universiteit maar ook voor de vele katholieke organisaties uit het maatschappelijke middenveld. Voor een goed begrip is het nodig vooraf op te merken dat nu en dan een onderscheid dient gemaakt te worden, ten eerste, tussen wat institutioneel betoogd wordt en wat de concrete praktijk van deze institutie uitmaakt; en ten tweede, tussen wat institutioneel beoogd wordt en wat door individuen of groepen van deze instelling gedaan wordt. Vervolgens: deze denkpistes zijn strak geformuleerd en bieden eerder modellen die een verdergaande reflectie kunnen dienen dan dat ze accuraat weten te beschrijven — ook al kunnen ze telkens met concrete voorbeelden geïllustreerd worden.


Elke denkpiste biedt grosso modo stellingnamen over vier variabelen — antwoorden op vier vragen.

(a) Wat is het institutioneel gewenste levensbeschouwelijk profiel? Welke invloed heeft dit op het universitaire opvoedingsproject?

(b) Welk draagvlak is aanwezig en/of nodig voor deze profielbepaling? Wie schraagt deze positionering?

(c) Welke zijn de motieven die het aangenomen profiel legitimeren, en dit zowel vanuit cultureel als gelovig/theologisch perspectief? En tenslotte:

(d) welke strategie dient gevolgd te worden om deze profielbepaling te realiseren? Welke maatregelen, signalen, kunnen zowel intern als naar de buitenwereld toe hierbij helpen?
 152,85 Kb
 
Recentste uitgave
23 (2013) 1
Voorwoord
(Jelle Zeedijk)
Palliatieve zorg: in dienst van meer levenskwaliteit?
(Herman De Dijn)
Een fenomenologie van het geraakt-zijn. Zin, ethiek en kunst.
(Nicole Note)
De haalbaarheid van onze inzet voor het publiek belang
(Bart Pattyn)
‘Responsibility to protect’, staatssoevereiniteit en het gebruik van militair geweld. Een ethisch-normatieve analyse.
(Carl Ceulemans)
Verslag van het vijfde symposium van de ICURO-werkgroep
(Stefan Van Roey)
       
 
 
Terug  naar  Ethische Perspectievencontact© 2013 - Ethische Perspectieven - p/a Damiaanplein 9 bus 5306 - 3000 Leuven - Telefoon 0032 (0)16/32.38.29