Ethische Perspectieven

December 2001

Glazen plafond: realiteit of mythe? Een genderanalyse van leidinggeven

Veerle Draulans


Graag wil ik beginnen met de voor sommigen erg mysterieus klinkende titel kort toe te lichten, ook al haal ik daardoor de structuur van deze tekst door elkaar en start ik bijna met het slot. In een tweede paragraaf komt de vraag aan de orde of er zo iets bestaat als een eigen 'vrouwelijke leiderschapsstijl'. Paragraaf drie verbreedt de aandacht van de individuele leidinggevende naar de context van leidinggeven. Daarna licht ik bondig het fenomeen van 'tokenism' toe (par. 4) en besteed ik nogmaals aandacht aan de notie 'glazen plafond' (par. 5). In een zesde paragraaf worden zeer summier enkele strategieën tot verandering voorgesteld, gevolgd door een slotbeschouwing.

Wat is het 'glazen plafond'?

Wat is het 'glazen plafond'? Voor sommigen ongetwijfeld een vertrouwd concept, voor anderen een raadselachtige metafoor. De notie 'glazen plafond' is een letterlijke vertaling van het Engelse 'glass ceiling' en is als term gangbaar sinds Morrison, White & Van Velsor in 1987 een studie publiceerden onder de titel : 'Breaking the Glass Ceiling : Can Women reach the Top of America?' . Op basis van dit beeld wil men verklaren waarom zo weinig vrouwen leidinggevende posities bereiken, waarom ze minder snel dan hun mannelijke collegae hogerop raken in de hiërarchie van een organisatie of bedrijf, alsook waarom ze geconfronteerd worden met meer stringente eisen voor promotie. Het beeld van het 'glazen plafond' verwijst naar een onzichtbare barrière, die het doorgroeien van vrouwen naar het topkader in de weg staat. De auteurs benadrukten van meet af aan dat 'the glass ceiling' niet zo maar een barrière is in de loopbaan van een individuele vrouw, maar een gegeven dat vrouwen als groep raakt, bijvoorbeeld omdat (bewust of onbewust) de verwachtingen of vereisten ten aanzien van vrouwen strenger zijn.
De term 'glass ceiling' wordt vaak geassocieerd met de moeizame doorgroei van vrouwen naar de allerhoogste kaders in een bedrijf of organisatie, de zogenaamde seniorposities of 'executive managers'. Cijfers verwijzen, afhankelijk van het land, naar 1 tot 5% vrouwelijke seniorposities of executive managers. In de USA kende het percentage een groei van 2.4% vrouwen in 1996 naar 5.1% in 1999. Opmerkelijk is dat deze percentages niet corresponderen met de percentages van de topinkomens van bedrijfsleiders in de USA : 1.9% vrouwen onder de topinkomens in 1996, 3.3% in 1999. Ter vergelijking : in dezelfde periode stagneerde het percentage Australische vrouwelijke 'executive directors' op 1.3%.

 Pagina : 225 - 236

Naar  Ethische Perspectieven 4/2001