| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| September - Nummer : 3/2003 |
| |
| Onderwijs en waardevorming |
| Bart Pattyn |
| |
Pagina : 119 - 120 |
 |
| |
Dat in een septembernummer over onderwijs wordt gepubliceerd is niet ongewoon. Het begin van het schooljaar doet vanzelf nadenken over opvoeding en in een tijdschrift over ethiek gaat de aandacht daarbij vanzelf naar waardeopvoeding.
"Waardevorming aan een Katholieke Universiteit..." dat moet tot twintig jaar geleden hebben geklonken als "een bakker bakt brood": een waarheid als een koe, gewoon een evidentie.
Natuurlijk draagt een Katholieke Universiteit bij tot de waardevorming van haar studenten. Christenen vormen immers een gemeenschap met een zending, een project, een visie. Hun `eu angelion' leidt vanzelf tot engagement voor medemensen, tot inzet voor waarheid en tot respect voor datgene wat onze menselijkheid te boven gaat. Hoe komt het dan dat waardevorming vandaag minder evident klinkt? Wat is er dan veranderd?
Wel, er hebben zich inderdaad een aantal veranderingen voorgedaan. Het draagvlak van de katholieke kerk werd kleiner; de ideologische kleur van zuilgebonden organisaties valer en steeds minder mensen blijken zich overtuigd katholiek te noemen.
'Katholiek' heeft vooral bij jongeren een kwalijke connotatie. En omdat men in deze tijd soms in de verleiding komt universiteiten te beschouwen als instellingen die diensten verlenen aan gebruikers in een markt die wordt gereguleerd door vraag en aanbod, wordt soms wel eens geredeneerd dat als de vraag wijzigt men dan maar meteen ook het aanbod moet herzien.
Of dit soort flexibiliteit ook aan onderwijsinstellingen mag worden opgedrongen, is zeer de vraag. Waarden en deugden zijn geen producten die kunnen verhandeld worden. Van iemand die zijn principes wijzigt in functie van de omstandigheden zeggen we dat hij niet integer is. Dat kan ook van instellingen worden gezegd.
De discussie beperkt zich vandaag echter niet tot het probleem van de plaats van waardevorming aan een katholieke universiteit. Ze is intussen breder geworden. Sommigen zijn ervan overtuigd dat een opvoedingsproject met een levensbeschouwelijke signatuur het pluralisme in de weg staat. Anderen beweren dat de kwaliteit van het onderwijs nog steeds samenhangt met inspiratie en dat men leerlingen zonder levensbeschouwelijk project minder maatschappelijk engageert. Ze betreuren het dat op de levensbeschouwelijke inbreng van scholen wordt afgedongen en nemen aan dat een nieuwe invulling van de levensvisie van een school belangrijk is om het opvoedingsproject kwalitatief en maatschappelijk te versterken.
In dit nummer worden een aantal bijdragen weergegeven die op deze discussie ingaan.
De eerste bijdrage is van James Youniss (Catholic University of America, Washington) Youniss is ontwikkelingspsycholoog. In zijn publicaties zoals Parents and Peers in Social Development (University of Chicago Press, 1980) en Adolescent Relations with Mothers, Fathers and Friends (University of Chicago Press, 1985) onderstreepte hij het belang van sociale interactie als voorwaarde voor kennisverwerving, interpersoonlijke relaties en identiteitsvorming.
Op dit ogenblik gaat zijn belangstelling uit naar de relatie tussen vrijwilligerswerk en burgerzin. Op basis van zijn empirisch onderzoek raakte Youniss ervan overtuigd dat vrijwilligerswerk dat gedragen wordt door normatieve overtuigingen en religieuze inspiratie erg belangrijk is voor de politiek-morele vorming van jonge mensen. Jongeren die in katholieke scholen vrijwilligerswerk verrichten, bijvoorbeeld bij daklozen en arme mensen, gaan zichzelf beschouwen als burgers die de overheid actief kunnen bewegen tot meer rechtvaardigheid. Youniss rechtvaardigt op die manier een interessante onderwijsvorm. Jongeren een levensbeschouwing aanpraten is weinig relevant.
Als lessen over waarden en levensvisie echter gepaard gaan met een concrete confrontatie met maatschappelijke problemen via een verplichte stage in sectoren waarin aan de ellende van medeburgers wordt tegemoetgekomen, verandert dat perspectief. Wellicht worden jongeren zich dan veel duidelijker bewust van solidariteit en burgerzin. Daarom pleit ik ervoor dat men alle studenten tot een dergelijke stage verplicht.
|
 |
|
|
|
| Recentste uitgave 15/1 (2005) |
 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
| Centra |
 |
 |
 |
Centrum voor Agrarische Bio- en Milieu-Ethiek |
 |
Centrum voor Biomedische Ethiek en Recht |
 |
Centrum voor Economie en Ethiek |
 |
Centrum voor Ethiek en Waardeonderzoek |
 |
Centrum voor Ethiek, Sociale en Politieke Filosofie |
 |
Chaire Hoover d'Ethique Economique et Sociale |
 |
Ethics.be |
 |
Master in Applied Ethics |
 |
Multatuli-lezing |
 |
Overlegcentrum voor Ethiek |
 |
SPES-Forum Vzw |
|
|
|
|