| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Juni - Nummer : 1-2/2003 |
| |
| Handel in onderwijs en onderzoek?
Over het statuut van kennis
|
| Bart Pattyn |
| |
Pagina : 21 - 39 |
 |
| |
Is kennis iets dat je exclusief kan bezitten? Kan je kennis verkopen? Wat kinderen op school leren, heeft in elk geval niet dezelfde eigenschappen als de producten die we in winkelrekken aantreffen. Maar ook indien dat het geval zou zijn, dan nog is niet uitgemaakt of we kennis mogen beschouwen als koopwaar. Het hangt immers niet alleen af van fysieke, maar ook van morele eigenschappen of je iets kan kopen of verkopen.
Zo zijn ‘liefde’ en ‘vriendschap’ niet te koop. Niet omdat dit soort ‘dienstverlening’ zich daar fysiek niet zou toe lenen, maar wel omdat handel de verstandhouding waarin dit soort zaken tot stand kan komen, zou vergiftigen.
Aan welke fysieke eigenschappen moet een gegeven voldoen om verhandelbaar te zijn? Het moet gaan om iets dat zich leent tot exclusiviteit. Zo is de voedingswaarde van brood exclusief voor diegene die er zijn tanden in zet. Dat is anders met lucht. Niemand kan op het inademen van lucht exclusieve rechten laten gelden en het zou dus gek zijn om lucht te kopen.
Er zijn zaken waarvan de fysieke eigenschappen vanzelf doen besluiten dat er ongetwijfeld iemand de eigenaar van moet zijn, een paar schoenen bijvoorbeeld of een tandenborstel. Andere zaken rijmen veel minder op exclusiviteit. Zo kunnen veel mensen tegelijk van dezelfde kennis gebruik maken zonder dat die kennis ‘op’ raakt. Maar daaraan kunnen juristen een mouw passen. Ze kunnen contractueel bepalen dat enkel wie inschrijvingsgelden heeft betaald, enkel wie de auteursrechten respecteert, enkel wie de licentie voor het gebruik van een uitvinding heeft gekocht of enkel wie het onderzoek heeft gefinancierd, exclusieve rechten op die kennis mag laten gelden.
Waarom men in sommige gevallen wél en in sommige gevallen géén contractuele regeling kan treffen om het exclusieve beschikkingsrecht mogelijk te maken, blijkt afhankelijk te zijn van het morele statuut van het gegeven.
Het is niet precies duidelijk welke morele eigenschappen het verhandelen van kennis kunnen bezwaren. In heel wat domeinen roept het exclusief gebruik van kennis weinig morele bezwaren op.
In de informatica, de biotechnologie, of de geneesmiddelenindustrie, bieden exclusieve rechten op het gebruik van kennis een competitief voordeel waardoor het zinvol is om in innoverend onderzoek te investeren. Die exclusiviteit opgeven zou het onderzoek stremmen en de economische ontwikkeling verstoren. Zeker voor een land zonder noemenswaardige grondstoffen zou dat een ramp zijn.
Maar impliceert het feit dat onze actuele welvaart door de economische rendabiliteit van kennis in stand wordt gehouden dat elke vorm van kennis ‘vermarkt’ mag worden? Moeten er uitzonderingen worden gemaakt omwille van het morele statuut van sommige vormen van kennis. En als dat zo is, welke en waarom? Zijn er redenen waarom onderwijsinstellingen en universiteiten aarzelen om ‘kennisoverdracht’ en ‘onderzoek’ volledig commercieel uit te baten? Aarzelt men wegens een gebrek aan moed? Berust de onwil op bureaucratische inertie of een nostalgisch gebrek aan realisme? Of zijn er redenen om de economische logica niet op academisch terrein te laten gelden?
Het antwoord op dit soort vragen kan nergens mathematisch worden van afgeleid. Onderzoek over een moreel statuut veronderstelt vertrouwdheid met gebruiken en gewoonten die vaak om onopvallende en daarom gemakkelijk te veronachtzamen redenen waardevol zijn.
Zo zal iedereen die deel uitmaakt van onze cultuur begrijpen dat het moreel statuut van liefde en vriendschap verhindert dat deze fenomenen worden getrivialiseerd en zo behoedt het moreel statuut van gestorvenen ons voor de trivialisering van de waardigheid van het menselijk bestaan. Geldt iets dergelijks ook voor kennis? Ontwaarden we kennis door haar te laten opgaan in de economische sfeer?
In deze bijdrage wordt onderzocht welk moreel statuut men in het verleden aan kennis heeft toegekend, wat men daarmee wou beschermen en of die praktijk ook vandaag nog zinvol is. Er worden daarvoor twee verschillende sporen gevolgd. Een eerste loopt langsheen de geschiedenis van ‘kennis’.
Het tweede voert langs het onderscheid tussen publiek en privaat. Beide parcours monden uit in een stelling die in een derde deel wordt uitgewerkt. Zolang we geen duidelijk beeld hebben gegeven van de differentiatie die door het specifieke statuut van kennis in de hand word gewerkt, zullen we de term ‘kennis’ doelbewust in algemene zin gebruiken.
|
 |
114,31 Kb |
 |
|
|
|
Recentste uitgave 23 (2013) 1 |
 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|