| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Juni - Nummer : 1-2/2003 |
| |
| Groene belastingen en duurzame economie.
Een toepassing op het probleem van de klimaatsverandering |
| Luc Van Liedekerke |
| Johan Eyckmans |
| |
Pagina : 49 - 62 |
 |
| |
Het broeikaseffect: een mondiaal probleem
Al meer dan 10 jaar is de publieke opinie bezorgd over het broeikasverschijnsel dat ons de komende vijftig tot vijfhonderd jaar te wachten zou kunnen staan. In deze bijdrage zullen we vooral de internationale economische aspecten van het klimaatbeleid toelichten, en de positie van Europa en België in dit dossier. Maar eerst willen we kort ingaan op de natuurwetenschappelijke aspecten van het broeikaseffect.
De steeds toenemende uitstoot van broeikasgassen zoals CO2, methaan, CFK’s enzovoort zal volgens de meeste klimatologen leiden tot een versterking van het bestaande, natuurlijke broeikaseffect. Dit natuurlijke broeikaseffect houdt in dat sommige gassen in de atmosfeer het zonlicht doorlaten en de vrijgekomen warmte die aan het aardoppervlakte ontstaat, gedeeltelijk tegenhouden.
De broeikasgassen werken als het ware als het glas van een serre. Het zonlicht kan er wel doorheen dringen, maar het glas houdt een groot deel van de warmte gevangen in de serre. Eén van de belangrijkste broeikasgassen, koolstofdioxide of CO2, komt vrij bij het verbranden van fossiele brandstoffen zoals steenkool, aardolie of aardgas. Eens de CO2 is uitgestoten zorgt ze – met een vertraging van enkele tientallen jaren – voor een opwarming van de aarde voor de volgende honderden jaren.
Indien er geen ombuiging van het beleid komt, verwachten de klimatologen een belangrijke klimaatsverandering. De gemiddelde temperatuur op aarde zou volgens het derde wetenschappelijke rapport van het gezaghebbende Intergovernmental Panel on Climat Change (IPCC, 2001) tegen het jaar 2100 met 1,4 tot 5,8 graden Celsius stijgen. Dat is vergelijkbaar met het temperatuurverschil tussen de laatste ijstijd en het huidige interglaciale tijdvak. Maar de opwarming gebeurt nu tegen een zeer hoge snel-heid, zodat men verwacht dat de natuurlijke ecosystemen zich moeilijk zullen kunnen aanpassen.
De belangrijkste negatieve effecten van de klimaatverandering omvatten: een stijging van het niveau van de zeespiegel tussen 9 en 88 cm tegen 2100; een toename van de woestijnvorming; een toename van de frequentie en de intensiteit van stormen en overstromingen; problemen met de drinkwatervoorziening in sommige delen van de wereld; een uitbreiding van het verspreidingsgebied van tropische ziekten zoals malaria; nieuwe migratiestromen met name ‘milieuvluchtelingen’.
Er zouden ook enkele positieve effecten optreden, waaronder een kleine toename van de productiviteit in de landbouw, omdat CO2 de plantengroei bevordert. Verder zouden de toendragebieden in het hoge noorden van Rusland en Canada in landbouwareaal kunnen worden omgezet.
|
 |
103,10 Kb |
 |
|
|
|
| Recentste uitgave 17/1 (2007) |
 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
| Centra |
 |
 |
 |
Centrum voor Biomedische Ethiek en Recht |
 |
Centrum voor Economie en Ethiek |
 |
Centrum voor Ethiek en Waardeonderzoek |
 |
Centrum voor Ethiek, Sociale en Politieke Filosofie |
 |
Centrum voor Wetenschap, Techniek en Ethiek |
 |
Chaire Hoover d'ethique et sociale |
 |
Ethics.be |
 |
|
 |
European SPES Forum |
 |
Master in Applied Ethics |
 |
Multatuli-lezing |
 |
Overlegcentrum voor Ethiek |
 |
SPES-Forum Vzw |
 |
Wetenschap en ethiek |
|
|
|
|