| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Juni - Nummer : 1-2/2003 |
| |
| De weg naar de Wereldtop over Duurzame Ontwikkeling in Johannesburg. Enkele beschouwingen |
| Raoul Weiler |
| |
Pagina : 63 - 69 |
 |
| |
Situering van de Wereldtop
De Wereldtop over Duurzame Ontwikkeling (WSSD) die einde augustus en begin september 2002 in Johannesburg plaatst had, is niet alleen de opvolging van de Top over de Aarde van Rio de Janeiro (1992) en New York (1997), maar past in een reeks van wereldsamenkomsten die de laatste decennia over een brede waaier van thema’s plaats hadden.
Sinds het begin van de jaren zeventig van vorige eeuw werden talrijke wereldconferenties georganiseerd die allen de bescherming van het planetaire ecologische systeem als centraal thema hadden. Telkens werden dringende problemen op de agenda geplaatst. In sommige gevallen leidde dit tot internationale overeenkomsten. In 1972 vond in Stockholm de eerste conferentie over het milieu plaats. In 1982 werd deze conferentie vervolgd in Nairobi en in 2001was het opnieuw de beurt aan Stockholm.
Ook over de bescherming van de zeeën waren er verschillende wereldtops: over de Middellandse Zee in 1976, de Rode Zee in 1982 en de Zwarte Zee in 1992 in Rio. De tops over de bescherming van de ozonlaag vonden plaats in Wenen, in 1985 en in Montreal in 1987. Het matige gebruik van natuurlijke rijkdommen was het onderwerp van de top van 1978. De nu zeer gekende conferenties over de klimaatsveranderingen startten in 1979 in Genève, werden in 1988 en 1992 vervolgd in Rio en in 1997 in Kyoto, waar het bekende Kyoto Protocol over de beperking van de uitstoot van broeikasgassen werd opgesteld. In 1994 waren de bijeenkomsten gewijd aan de vrijwaring van de biodiversiteit en waren het onderwerp van de conferenties in 1992 in Rio en in 2000 in Cartagena. Deze laatste conferentie leidde tot de verklaring over de biodiversiteit.
De internationale bijeenkomsten worden meestal georganiseerd op initiatief van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties of door één van haar talrijke afdelingen: UNEP, UNDP, UNCED en UNESCO, al of niet in samenwerking met andere instellingen zoals de Wereldbank, het IMF en bepaalde NGO’s.
Het fenomeen van globalisering van het economische gebeuren en het marktgebeuren van het laatste decennium heeft geleid tot andere types van conferenties. In het domein van de handel en van de economische ontwikkelingen worden sinds enkele jaren wereldbijeenkomsten georganiseerd door de Wereldhandelsorganisatie WHO (WTO).
Dat was onder andere het geval in Seattle in 1999, in Doha in 2001 en dit jaar in Cancun. De wereldconferentie over de schuldensituatie van de ontwikkelingslanden in 2002, in Monterrey, was een samenwerking tussen de UN, de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds. Het Wereld Economisch Forum (WEF) voor politieke en ondernemingsleiders vindt sinds enkele jaren plaats in Davos. Een aantal NGO’s hebben het Wereld Sociaal Forum (WSF) in het leven geroepen. Hier staat de sociale dimensie van de globalisatie van de wereldeconomie uitdrukkelijk op de agenda. Het WSF heeft zich als tegenhanger van het WEF positioneert en organiseert een alternatieve conferentie in Porto Alegre, op hetzelfde ogenblik dat het WEF in Davos vergadert.
In deze indrukwekkende – maar lang niet volledige – opsomming passen de twee wereldtop-bijeenkomsten van Rio de Janeiro en van Johannesburg, respectievelijk in 1992 en in 2002.. Deze laatste is ook bekend als de Rio+10 wereldconferentie. In de eerste top werd hoofdzakelijk de zorg voor het milieu, de biodiversiteit en de klimaatverandering op de voorgrond geplaatst met de opstelling van de Agenda 21, terwijl tijdens de tweede voor het eerst grote aandacht besteed werd aan duurzame ontwikkeling, en in het bijzonder aan het fenomeen armoede.
Opvallend is dat er in de loop van deze drie decennia via de talloze NGO’s een stijgende betrokkenheid vanwege de burgermaatschappij, de civil society of stakeholders, te bespeuren valt. Het totaal aantal deelnemers in Johannesburg lag in de buurt van de veertigduizend; ongeveer driekwart van hen waren NGO-medewerkers. Voor de NGO’s is dit echter maar het topje van de ijsberg.
Gedurende de maanden die de wereldtop voorafgingen werden talloze teksten, memoranda en statements opgesteld en vervolgens verspreid tijdens de vier voorbereidende vergaderingen (PrepCom) en de top zelf. Alles samen waren wereldwijd een paar honderdduizend personen betrokken bij deze top. De participatie van de burgermaatschappij is een uiterst belangrijk en hoopvol verschijnsel dat zich niet alleen bij deze wereldtop over duurzaamheid heeft voorgedaan, maar evenzeer bij de conferenties over sociale en economische thema’s.
|
 |
61,69 Kb |
 |
|
|
|
Recentste uitgave 18 (2008) 4 |
 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|