22-05-2007
Ethische Perspectieven
  www.ethics.be
Over ons ....
Contacteer ons ...
Over deze website...
 Ethische Perspectieven, het driemaandelijks tijdschrift van het Overlegcentrum voor Ethiek
 
  Startpagina
  Redactieraad
  Abonnementen
  Alle uitgaven
 

 
Ethics.be
 
Selectie beschikbare artikelen
 Centrum voor Bio-Medische Ethiek en Recht - KU Leuven : 'Het wetsontwerp tot oprichting van de adviesraad voor bio-ethiek : situering en commentaar'
Herman Nys (1993)
 Geen zand erover? Vereffenen, vergeven en verzoenen
Roger Burggraeve (2000)
 Kerkpraktijk in Vlaanderen. Trends en extrapolaties 1967-2004
Marc Hooghe (2006)
 Centrum voor Vredesethiek - KU Leuven : 'Kan je met de bergleer ondernemen ? De redelijkheid van de sociale encyclieken tegenover de radicaliteit van de bergleer'
August Van Put (1997)
 Matigheid en Milieuzorg
Paul Van Tongeren (2002)
 Narrativiteit en hermeneutiek in verband met een adequate praktische ethiek
Paul Van Tongeren (1994)
 Centrum voor Ethiek - UFSIA : 'Verantwoordelijkheid voor toekomstige generaties'
Ignace Lecluyse (1993)
 
Ethische Perspectieven
December - Nummer : 4/2003
Woord vooraf: Theorie en terreur
Bart Pattyn
   Pagina : 189 - 190
  Tussen denken en zeggen ligt een cesuur: de tijdsfractie waarin je kan besluiten op je tong te bijten. Je kan opnieuw temporiseren tussen theorie en praktijk. Daarna wordt het soms moeilijk. Sommige theorieën kunnen immers een eigen leven gaan leiden en als ze dat doen kunnen ze in extreme gevallen lelijk huishouden.

Theodor Adorno, de filosoof van wie we dit jaar de honderdste geboortedag herdachten – op 11 september dan nog wel – was bang van theorieën, meer in het bijzonder van rationaliserende theorieën. Hij bekloeg zich erover dat moderne samenlevingen er zich niet kunnen tegen verzetten. Rationaliserende theorieën dringen zich onweerstaanbaar op. Ze schuiven genadeloos aan de kant wat niet efficiënt is, wat niet kan worden gestandaardiseerd, wat zich niet laat inpassen, wat men niet kan operationaliseren, wat niet meetbaar is of wat een gestroomlijnde organisatie in de weg staat. Ze wekken de indruk dat men een panoptische overzichtelijkheid kan creëren van waaruit men de samenleving perfect kan besturen en de werking ervan optimaliseren.

Tegenover deze vervreemdende tendens stelde hij de rauwe realiteit van datgene wat door rationaliserende theorieën over het hoofd wordt gezien: de concrete humane realiteit die getekend wordt door creativiteit, maar ook door tragiek en pijn. Adorno dweepte met authentieke kunst en met zelfstandig kritisch denken dat in weerwil van het totaliserende systeem in die donkere marge geboren wordt. Hij onderstreepte dat de drift om te stroomlijnen de holocaust had mogelijk gemaakt en waarschuwde dat die evolutie zich niet enkel doorzet in de politiek, maar ook in de cultuurindustrie waarin alles vlot en bevattelijk, aangenaam en onderhoudend, grappig en schitterend moet lijken en waar het noodlot, de dood en de pijn zorgvuldig worden weggecijferd.

We denken vaak dat we vandaag wijzer zijn geworden en dat we ons nu niet meer door theorieën laten terroriseren. We zouden ons kunnen vergissen. De kans dat we ons ook vandaag door dogmatisch denken laten ringeloren is reëler dan we vermoeden.

Stel dat het in je opkomt om samen met Plato aan te nemen dat een democratische staat lijkt op een schip in de storm waarop over de koers wordt beslist bij meerderheid van stemmen. Stel dat je daarom besluit dat democratie eigenlijk niet werkbaar is en dat goed bestuur een leider veronderstelt die niet om de haverklap wordt lastig gevallen door betweterige volksvertegenwoordigers. ‘Waarom’, zo ga je denken, ‘geven we bewindslieden geen ruimere volmachten om een duidelijk project met meetbare doelstellingen resoluut te implementeren: het terugdringen van de werkeloosheid bijvoorbeeld; de afbouw van de overheidsschuld of de opbouw van een pensioenreserve? Laten we de premier, eens er een beheerscontract is gesloten, niet beter zijn gang gaan voordat we hem na een vastgestelde termijn ter verantwoording roepen? Wat werkt in bedrijven kan toch ook functioneren op het niveau van de staat? Wat hebben we toch met democratie?’ En zo bouw je stelselmatig verder aan je theorie en hoe meer je erover nadenkt, hoe enthousiaster je wordt...

Het risico dat je theorie in de praktijk wordt omgezet is klein, maar stel dat er binnen de cenakels van de grote partijen voor dit experiment een meerderheid wordt gevonden, bijvoorbeeld omdat het in bepaalde milieus bon ton is geworden om dit soort managementtheorie te verdedigen. En stel dat deze opvatting een bureaucratische hervorming op gang brengt die op een bepaald punt zover gevorderd lijkt dat iedereen de hoop verliest dat die hervorming zal worden teruggeschroefd zoals dat het geval leek met Bush’ beslissing om Irak binnen te vallen. Je kan er dan van op aan dat het intern verzet langzaam zal smelten omdat heel wat mensen zullen vrezen dat kritiek hun persoonlijke belangen zal schaden of hun doorgroeimogelijkheden zal vernietigen. En het brede publiek? Heel wat mensen vinden het politieke gekrakeel nu al vermoeiend: wat zou het hen dus kunnen schelen?

Bovendien lijkt de theorie glad en logisch en je kan de boodschap, als je het een beetje handig aanpakt, perfect communiceren. Het volstaat te suggereren dat er een gevaarlijke storm dreigt en dat er dus geen alternatief bestaat: ofwel een besluitvaardige kapitein ofwel kapseizen. Wat orde op zaken stellen zoals helden in geweldfilms, lijkt het brede publiek vast geen slecht idee, zeker zolang het anderen zijn die door krachtdadige beslissingen getroffen worden.

Als je dan nog wat verdeeldheid kan zaaien onder de geledingen, dissidenten kan isoleren en de informatiestromen weet te beheersen, wat houdt je dan nog tegen om je theorie in de praktijk te brengen? Berlusconi is alvast aardig op weg om daar in te slagen. Is het dit soort verglijding waarover Adorno zich zorgen maakte?
Optimisten zullen Adorno griezelig vinden. We leven toch in een samenleving waarin over het beleid open gedebatteerd wordt en onzin weinig kansen maakt? Als er dus iets onjuist is met die managementtheorie dan kan die theorie afdoende worden bekritiseerd. Je kan bijvoorbeeld aantonen dat wat goed is voor de overheidsadministratie niet meteen ook goed is voor de politiek; dat democratie misschien niet het beste leiderschap creëert, maar wel rampzalig leiderschap weet te blokkeren. Je kan erop wijzen dat meetbaarheid van doelstellingen fundamentele grenzen heeft en dat een staat beheren meer omvat dan rendabiliteit garanderen. Je kan argumenteren dat centralisatie van de macht altijd tot machtsmisbruik leidt en je kan daarvan niet alleen politieke voorbeelden geven maar ook voorbeelden uit het bedrijfsleven. Bedrijven zoals Enron of Lernout & Hauspie die werden geprezen om hun schitterende corporate governance praktijk, zijn door machtsverblinding zwaar ten onder gegaan en hebben niets dan ellende gecreëerd. Je kan erop wijzen dat burgerschap niet door incentives in de hand kan worden gewerkt, maar berust op allerhande tradities, onmeetbaar engagement en maatschappelijke projecten waar de managementtheorie geen rekenschap van geeft.

Adorno betwijfelde vast niet dat mensen zich al dit soort bedenkingen kunnen maken. Hij vroeg zich alleen maar af wie voor dit soort argumenten nog begrip zou opbrengen, omdat wat niet met de gepolijste theorie te rijmen valt in de ogen van de beslissers absurd lijkt. Ideologieën werken immers als een soort geloof. Ongelovigen worden beschouwd als afvalligen. Ze hebben ongelijk, niet omdat ze de verkeerde argumenten verdedigen maar omdat ze zich niet bekennen tot het juiste geloof. Als het dat was wat Adorno vreesde, laten we dan hopen dat hij was zoals men hem vaak heeft omschreven: een onrealistische pessimist.
Ethici behoren waakzaam te zijn en ideologieën te demystifiëren, al komen ze vaak te laat. Nu in voorliggend nummer twee bijdragen verschijnen over de juridische en levensbeschouwelijke gronden om een oorlog te rechtvaardigen, is de oorlog in Irak gestreden en de vijand gevangen genomen. Reflectie vergt tijd en doet zich voor na de feiten, maar dat maakt reflectie niet overbodig. Reflectie voedt een kritisch geheugen. Dit nummer opent met een bijdrage over Irish Murdoch, de befaamde Britse schrijfster en filosofe. Verder worden we ingelicht over een nieuw advies van het Belgisch Raadgevend Comité voor Bio-ethiek en treffen we heel wat lezenswaardige boekbesprekingen.
 88,63 Kb
 
Recentste uitgave 17/1 (2007)
Voorwoord
(Bart Pattyn)
Loyaliteit
(Roger Dillemans)
Loyaliteit (of is het gewoon trouw?)
(Herman De Dijn)
Loyaliteit onder de deugden
(Joseph Selling)
Loyaliteit: de uitdaging tot waardering
(Jacques Haers)
Loyaliteit: een zeldzaam kruid
(Jan Van Der Veken)
Loyaliteit, motivatie en erkenning
(Bart Pattyn)
Loyaliteit
(Hugo Roeffaers)
Loyale nestbevuilers
(Rik Torfs)
Boekbesprekingen
Kiezen via auteurs
a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z
Kiezen op titel
a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z
Centra
 Centrum voor Biomedische Ethiek en Recht
 Centrum voor Economie en Ethiek
 Centrum voor Ethiek en Waardeonderzoek
 Centrum voor Ethiek, Sociale en Politieke Filosofie
 Centrum voor Wetenschap, Techniek en Ethiek
 Chaire Hoover d'ethique et sociale
 Ethics.be
 European ethics network
 European SPES Forum
 Master in Applied Ethics
 Multatuli-lezing
 Overlegcentrum voor Ethiek
 SPES-Forum Vzw
 Wetenschap en ethiek
       
 
 
Terug  naar  Ethische Perspectievencontact© 2007 - Ethische Perspectieven - p/a de Beriotstraat 26 - 3000 Leuven - Telefoon 0032 (0)16/32.37.87