| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Maart - Nummer : 1/2004 |
| |
| Woord vooraf: de meerduidigheid van ethiek |
| Bart Pattyn |
| |
Pagina : 1 - 2 |
 |
| |
Indien we vandaag mensen zouden vragen: ‘Wat is ethiek?’ dan is de kans groot dat we erg uiteenlopende antwoorden krijgen.
Sommigen zullen antwoorden dat ethiek te maken heeft met waarden en normen, anderen zullen ethiek associëren met het toepassen van deontologische regels of professionele codes, anderen zullen misschien de tegenstelling ter sprake brengen tussen egoïsme en altruïsme, weer anderen zullen zeggen dat ethiek een domeinspecifieke discipline is zoals economie of psychologie, een ‘wetenschap’ waarin normatieve theorieën tegen het licht worden gehouden, anderen zullen suggereren dat ethiek te maken heeft met limieten en grenzen, weer anderen brengen haar in verband met rechtvaardigheid.
Er bestaan heel uiteenlopende visies op wat ethiek is en op wat ethiek zou moeten zijn. De eensgezindheid daarover is soms ver te zoeken. Maar het merkwaardige is dat niemand met die meerduidigheid problemen lijkt te hebben.
Eensgezindheid op zich is geen deugd. In tegendeel. Het zou vrij nefast zijn indien er slechts één handboek ethiek erkenning zou krijgen. Een veelheid van opvattingen en meningen draagt bij tot bedachtzaamheid en nuancering. Anderzijds is de confrontatie met allerlei visies die onafhankelijk van elkaar een eigen leven leiden erg frustrerend.
Het lijkt weinig waarschijnlijk dat ethiek de naam is voor een verzameling van disparate opvattingen. Ergens moeten die opvattingen op elkaar betrokken zijn en aansluiting vinden bij concrete problemen en noden. Er moet een verhaal kunnen worden verteld over een principe, een geschiedenis, een systeem of een dynamiek die duidelijk maakt waarom men het belangrijk vond uiteenlopende zaken dezelfde naam te geven. Wellicht zou zo’n raamverhaal ons beter in staat stellen om de verschillende domeinen van de ethiek een plaats te geven.
Ook wat raamverhalen betreft: er zijn er wellicht meerdere mogelijk. We hoeven niet allemaal uit te gaan van hetzelfde interpretatiekader, zolang er maar kaders zijn. Het zou jammer zijn als iedereen bij gebrek aan kader zijn ding doet zonder zich om de interesse van anderen te bekommeren.
Een van de belangrijkste redenen waarom binnen de humane wetenschappen zoveel verschillende opvattingen en denkmodellen een eigen leven zijn gaan leiden, is dat de opleidingen zich meer en meer hebben gespecialiseerd en onderzoekers worden afgeraden om zich in te laten met brede visies. Een socioloog weet niet waar een ethicus zich op toe legt en een politieke wetenschapper voelt geen affiniteit met wat een marketingspecialist bezig houdt. Die tendens doet zich zelfs voor binnen deeldisciplines.
Wetenschappers weten steeds meer over steeds minder en steeds minder over steeds meer. Ze zoeken voor de problemen waarmee ze geconfronteerd worden steeds nieuwe sterk gespecialiseerde oplossingen. Vaak zijn ze er zich nauwelijks van bewust dat hun collega’s zich over sterk gelijkaardige zaken buigen. Om aan de steeds verder uitdeinende hardhorigheid een einde te maken volstaat het dat humane wetenschappers de tijd wordt gegund om zich een breed beeld te vormen van elkaars interesses en bekommernissen.
Aan het hokjes-denken kan pas een einde worden gemaakt als wetenschappers over de grenzen van hun disciplines heen proberen te zien op welke manier hun onderzoeksonderwerp in een breder verband kadert. Voorliggend nummer is in dit opzicht bijzonder interessant. Het leert ons het onderzoek en de bekommernissen kennen van de bio-ethici. De bijdragen in dit nummer bieden een momentopname van hun interesses.
De eerste reeks bijdragen betreffen tekst en uitleg bij een op het eerste gezicht verrassend concept: ‘empirische ethiek’. Empirische ethiek gaat uit van de bekommernis bij het opstellen van codes en richtlijnen rekening te houden met de praktijk. Empirisch onderzoek kan ons helpen die praktijk in kaart te brengen. Een verduidelijking van de situatie en achtergrond waarin mensen concrete ethische beslissingen nemen kan bijzonder leerzaam zijn. De tendens dit soort onderzoek in het kader van de bioethische praktijk te introduceren is in volle gang.
Hoe dat in zijn werk gaat en wat daar allemaal over gedacht wordt, vindt men in de eerste reeks bijdragen die werden verzameld naar aanleiding van een onderzoeksproject van het Centrum voor Bio-medische Ethiek en Recht. Daarnaast verschijnen in dit zelfde nummer een bijdrage over de Belgische embryowet, een bijdrage over een recent Nederlands rapport over orgaandonatie en een bijdrage over zelfdoding bij ouderen. Stuk voor stuk laten die bijdragen je achter met fundamentele vragen, vragen over de oorsprong, de zin en het einde van het leven, over de draagwijdte van het bezit van je eigen lichaam en over de grenzen van gezondheidszorg. Die vragen zijn fundamenteel en discipline-overstijgend. Ze nodigen uit tot bredere visies en grensoverstijgend overleg, waaraan het vooralsnog ontbreekt.
|
 |
58,60 Kb |
 |
|
|
|
Recentste uitgave 22 (2012) 4 |
 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|