| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Juni - Nummer : 2/2004 |
| |
| Woord vooraf: Mensen zijn mensen, overal |
| Bart Pattyn |
| |
Pagina : 107 - 108 |
 |
| |
Voorliggend nummer staat in het teken van internationaal recht en straffeloosheid. De teksten zijn de neerslag van een lezingenyclus die Jan Wouters (hoogleraar internationaal recht) het voorbije academiejaar heeft georganiseerd om dit thema met de inbreng van gerenommeerde sprekers uit te diepen. Het nummer biedt een staalkaart van de ethische reflex van juristen en activisten die zich op internationaal vlak inzetten voor een rechtvaardige wereld.
Ongeacht of je nu leest over het oude Griekenland, over de joodse uittocht of over de stichting van de stad Rome, in de Oudheid werd steevast uitgegaan van een tweedeling: wij en de barbaren. Helden vochten niet voor mensenrechten, maar voor eigen volk en vijanden hoefden geen misdaden tegen de mensheid te hebben begaan om ze over de kling te jagen. De grenzen van de instanties waaraan mensen verantwoording verschuldigd waren, vielen samen met de grenzen van hun eigen samenleving. Dat is vandaag helemaal anders. Nationale grenzen zijn vandaag niet alleen in economisch opzicht, maar ook in juridisch opzicht opengebroken. De gemeenschap waarin we leven is meervoudig. Het is meer dan onze buurt, meer dan onze nationale staat, meer dan Europa: het is uiteindelijk de wereldgemeenschap. De verantwoording die militairen en politieke leiders moeten afleggen betreft niet langer meer de eigen nationale staat en zijn bondgenoten, maar de brede mensengemeenschap. De wereldpers ziet er (idealiter) op toe dat slachtoffers zichtbaar worden en dat de hele wereld het ‘geweten’ heeft. Dat lukt vaak niet of onvoldoende, maar dat neemt niet weg dat dat behoort tot de missie van goede journalistiek.
Die verbreding van het verantwoordingsperspectief gaat nog steeds verder. Je merkt dat aan allerlei kleine dingen. De jeugdliteratuur en de geschiedenislessen over de kruistochten van dertig jaar terug lijken vandaag totaal verouderd. Ook de eerste albums van onze nationale stripheld in Afrika representeren een zelfverstaan dat ons vandaag vreemd is geworden. Het is niet alleen de engheid van nationale perspectieven die ons vandaag benauwt, we wantrouwen ook steeds meer de retoriek van ideologieën. In de plaats stelt zich de identificatie met de slachtoffers. Dat lijkt ons vandaag op moreel vlak het meest verantwoorde uitgangspunt.
Het is niet meteen duidelijk wat onze blik heeft verruimd en wat ons heeft doen beseffen dat mensen overal mensen zijn, ongeacht hun nationaliteit, rang of stand. Wellicht berust deze ontwikkeling op een lange traditie, waarin religieuze opvattingen over God voor wie alle mensen uiteindelijk gelijk zijn, een belangrijke rol hebben gespeeld, naast de revoluties die in de voorbije eeuwen tot het vestigen van de liberale rechtstaat hebben geleid. Ook de toename van communicatie heeft er wellicht toe bijgedragen dat de oude begrenzing van de publieke opinies werd opengebroken. Het maakt echter niet uit hoe morele perspectieven evolueerden. Dat je weet dat er ooit een tijd is geweest waar het anders was, staat je niet toe zomaar voorbij te gaan aan het moreel perspectief dat vandaag fundamenteel lijkt: mensen zijn mensen, overal. Op internationaal vlak wordt dit moreel besef thans geleidelijk vertaald in internationale instellingen en daar gaat dit nummer over. Overal zijn juristen, academici en activisten in de weer om universele rechten stabiliteit te verlenen, ook al is die weg moeilijk. Terwijl de ontwikkeling van een universeel bewustzijn zich doorzet, zijn immers dissonante geluiden te horen. Op heel wat plaatsen in de wereld vormen zich politieke en religieuze fracties die onbeschaamd het uitgangspunt poneren van weleer: wij en de barbaren. Die tweedeling wordt in sterk verschillende visies tot uiting gebracht. Soms berusten ze op etnische vooronderstellingen, soms op religieuze overtuigingen, soms op nationalistische gevoelens. In de meeste gevallen lijkt het te gaan om reactieformaties: het zijn vertogen die tegemoet komen aan een diep gekwetst zelfvertrouwen. Dat laatste brengt ons tot de gedachte die bij me opkwam tijdens het lezen van de bijdragen uit deze bundel: juridische inspanningen zullen idealiter gepaard moeten gaan met strategieën en projecten die ertoe bijdragen dat volken en groepen zelfrespect ontwikkelen. Genocides, terrorisme, haat en geweld wortelen vaak in historische, culturele en economische vernedering. Wie vanuit dit standpunt de actuele internationale politieke situatie in ogenschouw neemt, zal vaststellen dat ‘de strijd’ tegen het onrecht, eenzijdig letterlijk en derhalve militair wordt genomen. De juridische en humanitaire weg is ongetwijfeld een moeilijkere weg, maar uiteindelijk de meest duurzame.
|
 |
|
|
|
| Recentste uitgave 11/4 (2004) |
 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
| Centra |
 |
 |
 |
Centrum voor Agrarische Bio- en Milieu-Ethiek |
 |
Centrum voor Biomedische Ethiek en Recht |
 |
Centrum voor Economie en Ethiek |
 |
Centrum voor Ethiek en Waardeonderzoek |
 |
Centrum voor Ethiek, Sociale en Politieke Filosofie |
 |
Chaire Hoover d'Ethique Economique et Sociale |
 |
Ethics.be |
 |
Master in Applied Ethics |
 |
Overlegcentrum voor Ethiek |
 |
SPES-Forum Vzw |
|
|
|
|