| |
 |
| Ethische Perspectieven |
 |
| Maart - Nummer : 1/2005 |
| |
| Woord Vooraf: Over zorgen en verlangens |
| Bart Pattyn |
| |
Pagina : 1 - 2 |
 |
| |
In tegenstelling met onze overtuigingen zijn onze zorgen en verlangens niet meteen met argumenten terug te dringen. Wie geconfronteerd wordt met cijfergegevens over de toenemende kosten van de gezondheidszorg kan moeilijk de overtuiging blijven koesteren dat de toekomst van onze sociale zekerheid er helemaal rooskleurig uitziet – net zo min als je ervan overtuigd kan blijven dat de opwarming van de aarde niet veel voorstelt wanneer er steeds meer gegevens op het tegendeel wijzen. Overtuigingen die ingaan tegen de feiten of tegen sluitende argumenten zijn onhoudbaar. Daarom zijn argumenten ertoe in staat onze overtuigingen te doen verdampen of verplichten ze ons ze te herzien.
Met onze zorgen en onze verlangens is dat anders gesteld. Je kan er uren over piekeren en allerlei argumenten bedenken om ze van je af te zetten of ze in te dijken, maar het hoogste wat je daarmee bereikt is de constructie van een bezwering die je jezelf kan voorhouden wanneer bepaalde zorgen of verlangens je kwellen. In het geruis van de standaardredeneringen die de routines van elke dag veronderstellen, leiden onze zorgen en verlangens een teruggetrokken bestaan, maar als we ons overgeven aan niets bijzonders en beginnen dromen, komen ze terug. Dromen zouden representeren wat ons werkelijk op deze wereld betrekt. Daarom vond Freud de droomanalyse zo belangrijk. Willen we weten waar we emotioneel op betrokken zijn, dan doen we er goed aan om de betekenis van onze dromen tot ons te laten doordringen.
Mensen gaan echter vaak moedwillig voorbij aan wat hen werkelijk bezighoudt. Ze gaan hun persoonlijke zorgen uit de weg en proberen de momenten waarop ze ermee geconfronteerd kunnen worden, terug te dringen door bijvoorbeeld voortdurend te werken, door zich over te geven aan een ongeplande vloed verplichtingen, door te drinken of door zich voortdurend te laten afleiden door televisiebeelden en radiogeluid. Zorgen en verlangens hebben inderdaad iets bedreigends, maar het is zelden een goed idee ze te miskennen. We doen er goed aan ze te erkennen en er bewust rekening mee te houden.
Wellicht is de belangrijkste reden waarom nadenken over zorgen en verlangens weinig aarde aan de dijk brengt, dat we het op de verkeerde manier doen. We gaan er immers vaak spontaan vanuit dat we zorgen en verlangens mogen beschouwen als overtuigingen. Daardoor erkennen we niet wat ze zijn. Ze zijn koppig en irrationeel. Tegelijk zijn zij het die ons op dreef houden. Door ze te beschouwen als waren het overtuigingen zoeken we ze in te passen in een redenering of een ‘fatsoenlijk’ verhaal.
Er zijn mensen die hun 'fatsoenlijke verhalen' bijzonder ernstig nemen en die zich niet generen de meest onwaarschijnlijke rationaliseringen voor waar te laten doorgaan. Het zijn niet de meest aangename gesprekspartners, omdat ze je als toehoorder voortdurend proberen medeplichtig maken aan hun leugens door je ongemerkt uit te nodigen om hun zienswijze stilzwijgend te bevestigen. Ofwel laat zo’n gesprek je volkomen koud, omdat je gesprekspartner je niet interesseert en dan kan het je niets schelen of je nu eerlijk bent of niet. Ofwel vind je het wél vervelend dat je de indruk geeft dat je het verhaal bevestigt, maar schrik je ervoor terug je gesprekspartner in verlegenheid te brengen. Ofwel zeg je eerlijk je gedacht en riskeer je hem of haar zwaar te beledigen. In al deze omstandigheden heeft het gesprek een nare bijsmaak.
Het feit dat we onze zorgen en onze verlangens niet op dezelfde manier kunnen benaderen als onze overtuigingen, gaat terug op het feit dat datgene waarnaar we verlangen of datgene waarover we ons zorgen maken zich voor een belangrijk deel buiten onze wil aan ons opdringt.
Zorgen en verlangens hebben iets contingent en onhandelbaar. Niet dat we eraan overgeleverd worden, maar ze vergen een totaal andere omgangsvorm dan de omgang met onze overtuigingen. Ze veronderstellen geduld en aandacht. Ze worden geconditioneerd door details die, als je er onvoldoende rekening mee houdt, grote emotionele deining kunnen teweegbrengen. Ze veronderstellen een soort bedachtzame tact. Je kan hen leiden, maar niet dwingen, je kan hen conditioneren maar niet bevelen; je kan hen begrijpen en aanvaarden, maar niet ongedaan maken. Ze zijn met andere woorden - zoals Plato zich dat voorstelde - als een soort span waarvoor we de volle verantwoordelijkheid dragen, ook al kunnen we de paarden niet op dezelfde manier controleren als onze uitlatingen en onze gedragingen.
De reflex zorgen en verlangens als overtuigingen te beschouwen die men met argumenten kan terugdringen, maakt het denken over ethische kwesties vaak bijzonder moeilijk. Er zijn wellicht weinig disciplines waarin men, omdat men de ware aard van zorgen en verlangens niet wil erkennen, zich met redeneren verder van de redelijkheid van de zaak zelf verwijdert dan in de ethiek.
Tegelijk is er wellicht geen enkele discipline waarin kritisch denken en spreken van meer belang zijn. Pas wanneer men zich van de eigen aard van verlangens en zorgen rekenschap geeft en die ook bij andere mensen erkent, opent zich een ruimte om te praten over wat ons te doen staat. Als onze gesprekspartners tot dezelfde soort erkenning bereid zijn, dan hoeven we niet meer bang te zijn dat we hen zullen beledigen, en dan hoeven zij niet meer te vrezen dat ze ons tegen hen in het harnas zullen jagen. Dan kan er worden nagedacht over de redelijkheid van de zaak zelf en gezocht worden naar de meest haalbare oplossingen voor allerlei zeer gevoelige kwesties.
Van dit soort kritische dialoog wordt in voorliggend nummer opnieuw werk gemaakt. Na een uiteenzetting over wat ethiek in onze samenleving lijkt te betekenen, is er een degelijke bijdrage over één van de meest gevoelige maatschappelijke problemen waarmee we vandaag worden geconfronteerd: het probleem van de vluchtelingen.
Het betreft een probleem dat zelden wordt besproken vanuit een onbevangen en redelijk oogpunt. De auteur heeft daar duidelijk iets aan willen doen door de condities en de consequenties van mogelijke oplossingen nauwkeurig te analyseren. In de twee volgende bijdragen gaat het over het al dan niet kunnen aanleren van een ethische ingesteldheid. Het lijkt alsof Plato’s dialogen over de vraag of men deugden kan leren, er worden voortgezet.
Het gaat in deze bijdragen niet alleen over de vraag hoe men iemand ‘ethisch’ kan maken, maar ook of dat kan ‘tegen betaling’. Ik hoop dat de hier gepresenteerde bijdragen aanleiding zullen geven tot een levendige discussie. In de rubriek van het Centrum voor Bio-Medische Ethiek en Recht maken we kennis met een nieuw advies van de Commissie voor Medische Ethiek en vernemen we meer over wat bioethici tijdens hun recent wereldcongres hebben besproken. De bijdrage uit Nijmegen biedt stof tot nadenken over lijf en leden.
Nieuw is de rubriek van het Sentrum vir toegepaste etiek van de Universiteit Stellenbosch. Als tijdschrift openen we hiermee nieuwe perspectieven voor ons Nederlandstalig publiek en hopen we meteen ook inzichten uit de lage landen tot in Zuid-Afrika te kunnen laten doordringen.
Ten slotte presenteren we een bijzonder interessante reeks boekbesprekingen.
|
 |
|
|
|
| Recentste uitgave 17/1 (2007) |
 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
| Centra |
 |
 |
 |
Centrum voor Biomedische Ethiek en Recht |
 |
Centrum voor Economie en Ethiek |
 |
Centrum voor Ethiek en Waardeonderzoek |
 |
Centrum voor Ethiek, Sociale en Politieke Filosofie |
 |
Centrum voor Wetenschap, Techniek en Ethiek |
 |
Chaire Hoover d'ethique et sociale |
 |
Ethics.be |
 |
|
 |
European SPES Forum |
 |
Master in Applied Ethics |
 |
Multatuli-lezing |
 |
Overlegcentrum voor Ethiek |
 |
SPES-Forum Vzw |
 |
Wetenschap en ethiek |
|
|
|
|